IMG_3224 (002)

Eigen eten mee

De grote eetzaal in het revalidatiecentrum zit tjokvol als ik de ruimte rondkijk om te zien of ik het witgrijze haar van mijn vader zie. Een aantal van de ouderen kijkt mijn zus en mij met grote ogen aan. “Wie zoekt u”, vraagt een lieve mevrouw. Mijn vader zeg ik, we komen met hem lunchen, maar volgens mij zit hij nog boven.

Even later kiezen we een tafeltje bij het raam uit, waar we knus dicht op elkaar met z’n viertjes gaan zitten. We hebben lekkere forel mee pap, zegt mijn zus en stalt haar eet tas uit op het tafeltje. Ook ik heb forel mee en nog wat andere lunch lekkernijen. Zelfs mijn pot mayonaise is mee. Al snel ligt het tafeltje bezaaid met eten. Mijn vader krijgt een kopje soep van het huis, maar slaat de boterhammen over. Terecht, de forel en verse tonijnsalade smaken nét wat beter.

Net als we de eerste hap in onze mond willen stoppen, komt de manager van het restaurant naar ons tafeltje. “Ik wil een van jullie straks nadat jullie uitgegeten zijn even spreken.” We kijken elkaar aan en voelen nattigheid. We weten meteen waar hij het over wil hebben. Ik ga straks wel even naar hem toe, zeg ik. We genieten van onze lunch en staan stil bij het feit dat mijn vader deze maandag weer naar huis mag. Wat een mijlpaal pap, zeg ik. Hij kijkt vanaf het moment dat hij hier is komen wonen al uit naar deze dag. Hij wil naar huis en dat is niet meer dan logisch.

Nadat we alles hebben opgeruimd, loop ik naar de manager toe. Hij stopt net een kroket in zijn mond. We moeten allebei lachen. Eet maar eerst lekker je kroket op zeg ik, dat is ook belangrijk. Ik stel mezelf voor en zeg dat ik graag hoor wat hij wil zeggen. Hij vertelt dat er vaak mensen hun eigen eten meenemen en dat hij dit begrijpt. Hij vertelt dat er ook klachten over zijn en dat hij het lastig vindt om te bepalen wat wel en wat niet mag. Het is een grijs gebied zegt hij. Als iemand een harinkje meeneemt, prima, dat begrijp ik, want dat serveren wij hier niet. Maar soms nemen familie hele pannen mee en zetten die op tafel. Jullie nemen ook vaker eet mee, zegt hij. Dat klopt, zeg ik, en ik begrijp je helemaal. We hadden van tevoren even met jou mogen afstemmen dat we ons eigen eten hebben meegenomen. Dat hebben we niet gedaan en dat is niet erend naar jou en het andere personeel toe. Ik vertel hem dat mijn zus en ik een bepaald dieet volgen en dat de kans groot is dat we vrijwel niets kunnen eten wat hier klaargemaakt wordt. Oh zegt hij, dat begrijp ik, goed dat je dit nog even zegt, dat maakt het voor mij duidelijker. Daarbij willen we mijn vader een beetje spekken zeg ik, want hij is tien kilo afgevallen. Hij begint te lachen en knikt. Ook dat begrijpt hij.

We begrijpen elkaar.

Ik bedank hem voor al zijn goede zorgen en vertel dat dit de laatste keer zal zijn dat wij hier eten. Hij begint te lachen. Nou, je hoeft niet meteen nooit meer te komen hoor! Ik loop terug naar ons tafeltje en voel waardering voor het gesprek. Het is een reflectie voor mij in hoe belangrijk het is om af te stemmen en dingen uit te spreken. In die afstemming is er ruimte voor begrip, waardering en respect.

We rijden mijn vader terug naar zijn kamer en halen alle kaarten van de kast en de muur. Het is tijd om naar huis te gaan, tijd voor een nieuwe fase.

IMG_3210 klok

168 uur

Momenteel zit ik in week drie van mijn online Esoteric Yoga programma, dat zes weken duurt. Toen ik deze keer aan het programma begon, kreeg ik het idee om de boel een beetje om te draaien. Zo’n uur yoga werkt bij mij altijd verdiepend en ontspannend, brengt me meer in mijn lichaam en maakt me bewust van de impact van mijn keuzes. Maar hoe zit het met de overige 167 uur van de week? Zijn die ook verdiepend en ontspannend, en ben ik dan ook in contact met mijn lichaam? Juist ja, dat bedoel ik dus. Het is tijd om de boel een beetje om te draaien.

Tegenwoordig doe ik dus niet één uur yoga per week, maar 168 uur. Daarvan slaap ik pakweg 56 uur, maar ook tijdens mijn slaap gaat de yoga gewoon door. De kwaliteit van mijn slaap wordt namelijk bepaald door hoe ik mezelf in bed heb gelegd. Kortom, mijn dag bepaalt mijn nacht. De verleiding ligt op de loer om dat ene uur yoga te ‘gebruiken’ om te ontspannen en wat meer in mijn lichaam te zakken, maar het is veel interessanter om te kijken waarom ik met spanning, onrust, een harde buik of met veel gedachtes de yoga les inga. Het zijn die 167 uren in mijn week die de kwaliteit van mijn yoga les op zondag bepalen. Ik kan zien hoe ik lange tijd een patroon heb gehad om iets buiten mezelf te gebruiken als fix en als comfort, zoals yoga, healingsessies, massages, workshops, bepaalde mensen, reizen, cursussen, sporten, glaasje wijn en ga zo maar door, omdat ik zelf geen verantwoordelijkheid wilde nemen voor hoe ik mij voelde.

Hoe ik op zondag thuis mijn yoga les voorbereid, dus hoe ik mijn dekentje en mijn kussen neerleg, de kleding die ik aantrek, wat ik eet en drink van tevoren, hoe ik mezelf installeer op de bank, hoe ik ga liggen, hoe ik mijn ogen sluit en hoe ik de yoga les begin, is allemaal mijn keuze. Noch de yogalerares noch de les zelf zijn hier verantwoordelijk voor. Wat ik deze weken anders doe is dit:  ik zeg regelmatig door de dag heen tegen mezelf  ‘je zit nu in de yoga les’. Prachtige oefening die me in dat moment bewust maakt van hoe ik zit of loop, wat de kwaliteit van mijn bewegingen zijn, hoe mijn adem is, waar mijn schouders staan (vaak staat er eentje iets omhoog), hoe mijn buik voelt (vaak wat aangespannen), waar ik ben met mijn gedachtes (regelmatig niet bij wat ik aan het doen ben) en of ik nog bij mezelf ben. Geen yogamat komt eraan te pas, maar gewoon mijn bureaustoel op werk of de stoel waar ik nu thuis op zit, terwijl ik dit stukje typ. Ik was al weer even lekker onderuit gezakt gaan zitten met mijn benen over elkaar. Geen ondersteunende houding en een ruggengraat die niet blij is. Zo snel gaat dat dus!

Morgen heb ik weer yoga, althans, mijn officiële les. Wat ik zo leuk vind aan de boel omdraaien, is dat ik steeds meer in yoga de yoga les inga. Hoe ik morgen op de bank lig, is het resultaat van al mijn keuzes van de afgelopen 167 uur. En van al die uren daarvoor.

 

Weten wie je bent

Ze zit tegenover me, een geweldige, mooie en krachtige vrouw, rond de veertig jaar oud. Zo’n vrouw die je meteen leuk vindt en op je verjaardag zou uitnodigen, ook al heb je haar pas één keer eerder gezien. Ze kijkt me aan, verdrietig, en zegt: ‘ik weet eigenlijk helemaal niet wie ik ben.’ Je bent niet de enige zeg ik. Wie weet er eigenlijk wel wie zij of hij is, in essentie, zonder de rollen die we aannemen en de invloeden van buitenaf die ons vertellen wie we zouden moeten zijn (maar in werkelijkheid niet zijn).

Een tijd geleden heb ik bewust het besluit genomen om mezelf te leren kennen. Ik ging zeg maar op date met mezelf, en die date duurt nu pakweg zeven jaar. Het is dus geen date meer, maar een relatie. Het is namelijk best leuk met mij, meer dan leuk. En ja, soms ook uitdagend en confronterend, want ook ik heb mijn onhebbelijkheden, imperfecties, oordelen, reacties en patronen die mezelf en daarmee mijn omgeving in de weg zitten. Ik weet nu al dat deze relatie met mezelf nog heel lang gaat duren, in ieder geval tot mijn laatste adem. Wat namelijk zo interessant is aan de relatie met mezelf,  is dat ik het niet uit kan maken. Althans, dat heb ik in het verleden vaak geprobeerd, maar waar ik ook naartoe ging, ik nam mezelf overal mee.

Gaandeweg in mijn leven heb ik er een aantal tijdelijke en permanente rollen en functies bijgekregen, zoals dochter, zus, vriendin, collega, schrijver, blogger, journalist, social media fan, partner, mantelzorger, bestuurslid, student van Universal Medicine en ga zo maar door. Best druk….

Daarnaast heb ik me geïdentificeerd met en gehecht aan dingen buiten mezelf (altijd druk en nuttig bezig willen zijn of het goed willen doen bijvoorbeeld) en zoek ik regelmatig nog naar aandacht, waardering en online likes buiten mezelf. Maar als ik al dat ‘buiten’ weg haal, wie blijft er dan over? Een mooie en belangrijke vraag om onszelf en elkaar te stellen.

Wie we zijn, zit van binnen. Wie we zijn zit van binnen, en is altijd en zal ook altijd onaangetast zijn en blijven door buiten, ook als we ziek zijn. Als de focus echter altijd naar buiten is gericht, raken we onszelf kwijt en gaan we onszelf missen. Om te weten wie je bent, is er stilte nodig. Geen stilte van buiten, maar stilte van binnen. Ja, het is belangrijk om buiten te spelen, maar geven we onszelf ook voldoende ruimte om binnen te spelen? Ik zie steeds meer mensen met verdriet, verdriet waarvan de tranen soms zo diep zitten, dat het lijkt alsof er niets aan de hand is, maar niets is minder waar. Het is het verdriet waarvan we zeggen: ik weet niet waarom ik verdrietig ben, maar ik ben het wel. Het is dat knagende gevoel waarvoor we hard ons best doen om het niet te hoeven voelen.

Ik hoop dat er op een dag een les komt op scholen met als onderwerp ‘Wie ben ik?’. Dat kinderen mogen blijven herinneren waar ze vandaan komen en dat ze alles al weten als ze luisteren naar hun gevoel. Dat we ze leren dat de speeltuin buiten geen ware vervulling of voldoening geeft, omdat er niks daarbuiten leuker en mooier is dan jij.  Als we dit van jongs af aan leren en gereflecteerd krijgen, hoeven we niet de rest van ons leven buiten onszelf op zoek te gaan en keuzes te maken die onszelf en onze relaties niet ondersteunen en soms zelfs verwoesten. De wereld zou veel meer in harmonie zijn, omdat weten wie je bent, rust geeft. Rust geeft en ruimte, ruimte om simpelweg te zijn wie je bent en van daaruit te doen wat er nodig is.