Dokter Cup-a-Soup

Er staat een dampende kop met cup-a-soup op het bureau van Dokter Geerling in de Ooglift kliniek in Maarssen als ik licht gespannen binnenloop voor mijn intakegesprek. Zo, lekker een cup-a-soup momentje, zeg ik. Hij begint te lachen en vertelt dat hij elke dag voor de lunch een kopje soep drinkt. Meer niet, want dat is niet nodig. Hij legt kort wat dingen uit en komt vervolgens vanachter zijn bureau vandaan en tegenover me zitten. Ik ga even wat foto’s maken van je ogen, zegt hij. Ik heb nog nooit een camera zó dichtbij mijn gezicht gehad. Dit zullen geen flatteuze foto’s worden, denk ik bij mezelf. Als ik ze ietwat later uitvergroot op zijn computerscherm zie, heb ik daarin volledig gelijk gekregen.

We kunnen zeker twee centimeter overtollig vel weghalen, zegt hij, terwijl hij een pincet in mijn ooglid plaatst. Ik doe mijn ogen open en voel een enorm verschil. Had ik dit maar eerder gedaan, denk ik. Jaren geleden had ik ook het idee om mijn oogleden te laten liften, maar ik had toen het geld niet. En het was de tijd ook niet, want nu zit ik anders en voldaner in mijn vel. Hij laat wat before en after foto’s zien van vrouwen die recent behandeld zijn. Kijk, zegt hij triomfantelijk, dit is mijn vrouw. Oh, zeg ik, die ziet er best moe uit. Ja, dat komt door die oogleden. Hij laat een after foto zien en het verschil is inderdaad  verbluffend. Ben je gezond, vraagt hij. Jazeker. Slik je medicijnen of pijnstillers? Nee, zeg ik. Je mag twee dagen voorafgaand aan de ingreep geen alcohol drinken. Geen enkel probleem zeg ik, dat doe ik al jaren niet. Ik stel hem nog wat vragen en vervolgens prikken we een datum, voordat hij met vakantie gaat. Ik kom dan zelf na een week terug om de hechtingen eruit te halen. Oh dat is fijn zeg ik, ik wil alleen Dokter Cup-a-Soup. Uiteraard zegt hij, samen uit, samen thuis.

Het is een drukke bedoeling in de wachtkamer als ik naar de assistentes loop om mijn afspraak vast te leggen. Hebben jullie zelf ook jullie oogleden laten doen? Wat denk jij, zeggen ze in koor. De telefoon gaat continu. ‘Nee, dat hoort erbij, niets aan de hand, dat gaat vanzelf weer over.’ Ik ben blijkbaar niet de enige met hangende oogleden en vermoeide ogen. Dokter Cup-a-Soup komt nog even naar me toe. Zie je die vrouwen, zegt hij, die zijn een paar dagen geleden behandeld. Ik kijk naar twee stralende vrouwen, eentje nog met haar hechtingen erin, de ander net verlost van haar hechtingen. Met een goed gevoel loop ik naar buiten. En ja, ik vind het ook best wel spannend, maar in de professionele handen van Dokter Cup-a-Soup komt het vast allemaal goed.

Mannen

Mijn vader houdt mijn hand vast, terwijl we naar het mooie uitzicht vanaf de achtste verdieping van het Westeinde ziekenhuis kijken. Ik denk niet dat we naar buiten mogen, jij? Nee, pap, dat denk ik niet, dat lijkt me niet verstandig. Hij geniet van het weidse uitzicht en van het feit dat hij even uit zijn kamer is. Als we ons omdraaien, komt net de arts-assistent aanlopen. Hij stelt zich voor en pakt de andere hand van mijn vader vast. Met z’n drietjes lopen we terug naar de kamer, waar we een gesprek hebben over wat er is gebeurd en wat er nog gaat gebeuren. Dokter Adriaan is nog vrij jong, opgewekt, oprecht geïnteresseerd en beantwoordt met alle geduld de vragen die mijn ouders en ik hebben. Ik kijk naar mijn vader en ik kan niet anders dan van hem houden. Hij heeft zijn nieuwe slippers aan, doet zijn best om alles te volgen, lacht af en toe en luistert naar wat er gezegd wordt. Ik heb hem nog nooit zo kwetsbaar, lief en open gezien, zonder enkele vorm van masker. Ik zie een man die zich niet langer verschuilt achter iets wat hij niet is of denkt te moeten zijn.

Na het gesprek gaat mijn vader even rusten en help ik hem om in bed te gaan liggen. Wil jij me even toedekken, vraagt hij. Met alle liefde, zeg ik. Of hij soms een eye pillow op zijn ogen wil, die mijn zus heeft meegenomen. Mmm, zegt hij. Weet je wat, zeg ik, probeer gewoon even, als je het niets vindt, haal ik hem weg. Ik dek hem toe en leg het kussentje op zijn ogen. In de dagen na mijn bezoek vraag ik me af waarom ik deze kant van mijn vader nooit eerder heb gezien. Misschien heb ik hem wel gezien, maar niet ten volste. Ik weet ook dat ik deze kant van hem nooit eerder heb gezien, omdat hij ervoor gekozen heeft om die niet te láten zien. Ik realiseer mij dat alle mannen van nature zo teder en kwetsbaar zijn, maar realiseer mij ook dat de meeste mannen die kant niet laten zien. Ze gaan gebukt onder de zwaarte van hun eigen harnas en opgekropte gevoelens. Het ontroert mij om mijn vader zo te zien. Hij inspireert mij om dezelfde tederheid en kwetsbaarheid te laten zien. Hij heeft totaal niet door hoe inspirerend hij is, maar volgens mij hebben velen van ons vaak niet door wat voor indruk we achter laten bij anderen, als we simpelweg onszelf zijn.

Ik kijk naar mijn vader met zijn eye pillow op en verheug me nu al om hem weer te zien. Nou pap, je mag hier blijkbaar nog wat langer zijn, nadat mijn moeder aangeeft dat hij echt geluk heeft gehad. Het had inderdaad heel anders kunnen aflopen, maar dat is niet gebeurd. Wat een cadeau voor ons allemaal, bedenk ik mij, dat we zo’n mooie reflectie nog wat langer om ons heen mogen hebben. Het zou een waardevolle stap zijn als we jongens van jongs af aan leren dat ze lief, teder en kwetsbaar mogen zijn. Waarom wachten tot we ver in de zeventig zijn en ons lichaam een duidelijk signaal moet afgeven, voordat we onze ware essentie laten zien? Laten we vooral niet zo lang wachten, want de wereld kan wel wat Tender, Love en Care (TLC) gebruiken.

Zaligmakend

Het afgelopen weekeinde was een dolle boel hier in Portugal. Naast een voetbaloverwinning voor Lissabon en het winnen van het songfestival was ook de Paus in het land voor een  bliksembezoek. Het weekend van de eigenaar van onze airbnb stek kon niet meer stuk. En dan zijn wij er ook nog, zeg ik triomfantelijk tegen hem. Via verschillende media en monden was het nieuws over het bezoek van de Paus ons al ter ore gekomen, maar we wisten eigenlijk niet zo goed waarom hij kwam. Lang leve het internet, dat wél alles weet. Hij komt wat kinderen zalig verklaren, zegt vriendlief tegen mij. Iets met een verschijning van Maria en het voorspellen van de Eerste Wereldoorlog. Kinderen, zeg ik, Eerste Wereldoorlog, hoe kan dat nou? Je moet eerst dood zijn lieverd, voordat je zalig of heilig wordt verklaard. Oh ja, dat is ook zo. Een logica die mij volstrekt onduidelijk is.

In een artikel over zijn bezoek lees ik dat je inderdaad eerst zalig wordt verklaard om vervolgens pas heilig verklaard te worden. Zalig en heilig, het is me wat. In beide gevallen moet je inderdaad overleden zijn. Het doet me denken aan de waardering die we vaak voor mensen hebben, nadat ze pas overleden zijn. Of dat we nog van alles willen zeggen, en vaak hele lieve dingen, als iemand er niet meer is. Het is als de mosterd die na de maaltijd komt: daar heb je ook niets aan. Waarom gaan we niet ten volste voor de mosterd tijdens onze maaltijd?

Het hele zalig en heilig verklaren voelt voor mij als iets wat niet langer van deze tijd is. Het is meer een mediacircus dan dat het werkelijk iets toevoegt aan de evolutie van ons mens zijn. Daarbij wekt het de indruk dat bepaalde mensen ‘belangrijker’ zijn dan anderen of een bepaalde gave hebben, terwijl dit niet waar is. De woordvoerder van de Paus zegt dat dit bezoek extra bijzonder is, omdat de kinderen arm waren en bovendien analfabeet. Ook dat doet er niet toe en creëert separatie. Deze tijd heeft geen heiligverklaringen nodig en daarmee de illusie dat we anders of beter zijn, maar juist de verbinding in het hier en nu. Gewoon, terwijl we nog in levende lijve zijn. Pak die mosterd tijdens elke maaltijd en ben in verbinding met de persoon naast je. Of dit nu je partner, collega, familie of een persoon bij de bushalte is. Het feit dat die persoon er is, én dat jij er bent, is al meer dan zaligmakend.  Daar hebben we echt geen verklaring van de Paus voor nodig. En ook niet een overlijden.