It’s a funny world, zeg ik tegen James. Steeds meer en meer observeer ik dingen om mij heen, mensen en situaties, waarvan ik denk, dat is toch niet normaal. Ben ik soms gek? Nee, ik ben niet gek. Dat weet ik heel zeker. Mijn normaal is alleen anders. Een collega met adhd die net haar pil hiertegen heeft geslikt en vervolgens een energy drankje openmaakt. Iemand die er enorm moe uitziet en waarvan ik weet dat het zware maanden zijn geweest, die de ene espresso na de andere drinkt. Iemand met een opkomende blaasontsteking en die een verleden met nierbekkenontsteking heeft, die tegen me zegt dat ze er zo van baalt omdat ze vanavond een leuk dansoptreden heeft. Maar je hebt toch maar één lichaam, zeg ik tegen haar. Mensen die laat naar bed gaan, terwijl hun hele lichaam aangeeft dat ze moe zijn. Doodmoe. Het lijkt wel alsof we nooit hebben geleerd om goed voor onszelf te zorgen. Dat ons hoofd bepalend is, en ons lichaam slechts een bijzaak. Een bijzaak waar we niet naar hoeven om te kijken, totdat het lichaam er zélf om vraagt. We hebben suiker, alcohol, koffie en heel veel afleiding nodig om maar geen écht contact met ons lichaam te hoeven maken. Ons hoofd is de tomtom, ons lichaam volgt. Het boeiende is, we vinden het normaal. Maar is het dat ook…?
Houden van
Hoe vaak zeg jij eigenlijk dat je van iemand houdt, of dat je iemand geweldig vindt, of mooi. Dat je van die persoon houdt omdat hij zo goed voor je zorgt, of omdat hij er altijd voor je is, of omdat hij zo lekker voor je kookt, of zo goed naar je luistert of….Nou ja, er zijn zoveel redenen waarom we van iemand houden. Vaak wachten we om het te zeggen. We wachten voor het juiste moment. We denken het, en we voelen het uiteraard, maar er expressie aan geven laten we vaak achterwege voor het juiste moment in de toekomst. Soms is dat pas als iemand ziek is, aan het sterven is of na iemand zijn dood. Soms komt het er dus nooit van. Gister op werk vroeg de achtjarige dochter van mijn baas of ik iets in haar nieuwe ‘vriendenboekje’ wilde schrijven. Ik mocht twee pagina’s met vragen over mezelf invullen, zoals mijn lievelingseten, kleur en dier, maar ook mijn favoriete popster (mmm, lastig…), en wat ik later wil worden. Tja, de bekende vraag die we allemaal als kind gekregen hebben. Ik hoef niets meer te worden, heb ik geantwoord. Ze vroeg verbaasd of ik dan voor altijd hier bij Bagels & Beans zou blijven werken. Of ik niet iets anders wilde, want haar broertje bijvoorbeeld wil piloot worden. Nee, zei ik, want voor mij is wat ik doe als werk niet wie ik ben. Ze keek me even aan en ik vroeg haar of ze dit begreep. Ja, knikte ze, dat begrijp ik wel en toen was het even stil. Ongelofelijk mooi om te zien hoe wijs kinderen zijn. Als laatste vraag stond er welk kado ik haar zou willen geven. Hierop heb ik geantwoord: dat je heel veel van jezelf houdt omdat je zo geweldig bent. Echt?, vroeg ze vol verbazing. Toen was ze even stil. Vind jij mij geweldig, vroeg ze. Ja, zei ik. Ik vind jou geweldig.
Tent
Er heerst wat reis stress in huis, afkomstig van mij. Ik ga donderdag met mijn zus en andere vrienden naar Engeland voor een retreat van zes dagen. Nu wil het zo zijn dat ik, maanden geleden, heb besloten om aldaar in een tent te gaan slapen. Nee, ik weet niet wat mij bezielde en ja, ik was geheel bij bewustzijn. Ik had hier echter goeie redenen voor, namelijk van financiële aard en omdat we (mijn zus en ik) graag op de locatie willen slapen waar het retreat wordt gehouden. Inmiddels zijn er wat maanden verstreken en komt het tent avontuur steeds dichterbij. Iets té dichtbij. Mijn zus, een doorgezomerde campeervrouw in hart en nieren, staat te popelen om in haar tent te kruipen maar ik daarentegen, ik had wat twijfels een paar dagen geleden….Ik zag het even niet zitten. In de volksmond wordt dit ook wel tent weerstand genoemd. Inmiddels ben ik wat meer aan het idee gewend en dit komt voornamelijk doordat ik ben gaan voelen wat ik kan doen, om mijn verblijf in de tent zo liefdevol, vreugdevol en aangenaam voor mijn lichaam te laten verlopen. Om te beginnen heb ik voor de eerste nacht een gedeelde kamer voor ons geboekt die blijkbaar toch nog vrij was. Kijk, dan blijft de tent gewoon nog in de verpakking en liggen wij lekker in een normaal bed. Voor de rest van het verblijf heb ik een extra tent geleend, in eerste instantie voor onze spullen maar inmiddels ziet het er naar uit dat ik van deze tent mijn eigen huisje ga maken. Het leuke is dat ik nu met een gerust hart mijn grote én kleine koffer mee kan nemen, wat natuurlijk voor de hardcore campeerders echt vreselijk not done is. Verder neemt een andere vriendin wat kussens en dekbedden mee zodat we straks lekker comfi liggen. Vanmiddag heb ik (o.k James) de tent opgezet in de tuin, zodat ik dit straks alleen kan doen…..Althans, dat is het idee. Ik moet toegeven, zo’n iglo tent zet je (James) in een mum van tijd op. Ik heb de tent meteen even gelucht en van wat heerlijke parfum voorzien. Het grote inpakken staat voor de komende dagen gepland. Mezelf kennende ga ik hier flink de tijd voor nemen. Godzijdank krijgen we te eten daar, dus alle aanverwante camping artikelen hoeven we niet mee te zeulen. Nieuwsgierig geworden naar hoe mijn tent avontuur zal uitpakken…? Hierover later meer….
Dodenherdenking
Ik zit met mijn neefje en nichtje op de bank, ik al in bad geweest, zij nog niet. Ze logeren bij ons een nachtje. Heerlijk huiselijk tafereel, lasagna in de oven. We gaan straks 2 minuten stil zijn, althans, dat gaan zij proberen. Aan wie moet ik denken dan, vraagt L. mij. Aan opa? Opa is niet overleden in de oorlog, maar je mag uiteraard aan hem denken. Tijdens dodenherdenking denken we aan mensen die zijn overleden in de oorlog. Je kan ook aan de papa van omi denken, die is wel in de oorlog overleden. Je kan ook aan alle doden denken, zeg ik dan. Ik bedoel, wat maakt het eigenlijk uit. Hier moest hij even over nadenken. Of, zei ik, je kan ook met veel liefde aan alle mensen die leven denken. Dat kan nooit kwaad, denk ík dan. Ik vraag me af waar iedereen aan denkt tijdens die 2 minuten. Voor veel mensen is het wellicht meer iets dat ’moet’, dat stil zijn, dan dat het vanuit een oprechte intentie voortkomt. We staan stil bij de oorlog, en willen dat dit nooit meer gebeurt, terwijl er dagelijks enorm veel kleine en grote oorlogen plaatsvinden. Het is maar net wat je onder oorlog verstaat. Je hebt de ‘onzichtbare’ oorlogen binnenshuis, buitenshuis, tussen twee mensen, tussen groeperingen, tussen religies, tussen voetbalteams, tussen landen, binnen families, op straat, maar bovenal in ons mensen zelf. Want dát is de plek waar elke oorlog zit. Waar elke oorlog zit, en waar dus ook elke oorlog begint.