10 minuten

IMG_1093Het valt me regelmatig op dat mensen weinig tijd, aandacht en daarmee zorg voor zichzelf over hebben. Net iets eerder opstaan zodat je wat rustiger je dag kan starten? Nee, daar heb ik geen tijd voor. Even iets lekkers en voedzaam voor jezelf klaarmaken of meenemen naar werk? Nee, dat is te ingewikkeld, ik smeer liever snel een boterham of koop iets kant en klaar. Naar de wc gaan als je moet? Nee, ik moet eerst even dit voor werk afmaken. We gebruiken tijd als excuus om niet voor onszelf te zorgen, maar klopt die wel? Maar dat niet alleen, soms lijkt het alsof we onszelf heel weinig gunnen en op waarde schatten als het gaat om zelf-zorg. Gisteren heb ik mezelf de expressie workshop van Chris James kado gedaan, een workshop die ik al jaren twee keer per jaar doe. Ik ga ook elke twee maanden naar de kapper, dus waarom niet ook een onderhoudsbeurt voor mijn stem en mijn expressie? Het mooie aan een workshop is dat de échte workshop na afloop begint. Hoe ben ik met mezelf de dagen (weken) erna, op welke toon praat ik, ben ik in contact met mijn lichaam als ik praat, en in welke mate luister ik naar anderen zonder na te denken wat ik straks ga zeggen (of dat ik al bezig ben met welk advies ik ga geven, welke oplossing ik kan bedenken zodat ik heel behulpzaam overkom of dat ik sta te popelen om over mezelf te praten). De verdieping en meerwaarde van een workshop komt tot uiting in de keuzes die ik erna maak en mijn eigen commitment. Chris stelde voor om een programma te doen na de workshop. Een programma dat bestaat uit elke ochtend tien minuten blijven liggen voordat je opstaat, waarbij je luistert naar een prachtig pianonummer van hem. Tien minuten voor en met jezelf, waarbij je focus op je lichaam en je ademhaling is. Tien minuten niets doen en alleen maar zijn, voordat de waan van de dag begint. Tien minuten!? krijgt hij vaak te horen. Dat kan echt niet hoor, daar heb ik geen tijd voor. Maar het is niet alleen de factor tijd. Veel mensen voelen zich schuldig als ze tien minuten voor zichzelf claimen. Ik moet er zijn voor mijn kinderen, mijn partner, mijn werk en al die andere mensen en zaken die elke dag weer om aandacht vragen. Vanmorgen toen ik wakker werd, ben ik tien minuten in bed blijven liggen. Ik heb geluisterd naar zijn muziek en heb de tijd genomen om te kijken hoe het met me gaat. Wat ik zo duidelijk kon voelen vanmorgen, is dat deze tien minuten niet alleen voor mij zijn. Ze zijn eigenlijk voor iedereen. Voor al die mensen met wie ik vandaag in contact ben, die ik tegenkom, die ik ontmoet en waar ik mee samenwerk. Als ik in de ochtend de tijd neem om even te verbinden met mezelf, dan kan ik me werkelijk met anderen verbinden. Tijd is nooit een reden om iets niet te doen. Het gaat om commitment en dat jij meer dan de moeite waard bent om bij te zijn . A.s woensdag is Aswoensdag, de dag waarop veel mensen veertig dagen tot aan Pasen gaan vasten. Ik heb besloten om niet te vasten, maar om nog meer te verbinden. Ik ga tot Pasen elke ochtend tien minuten met mezelf zijn, en daarmee met iedereen.

Snacken

Wat is dat toch met eten, zei ik gisteren tijdens de lunch tegen mijn collega’s, en die continue behoefte om iets te willen snacken. Ik had het over mezelf, maar ik weet dat ik niet de enige ben. Je bent namelijk nooit de enige met iets. Dat blijkt ook wel, want de Parool opent vandaag op de voorpagina met de headline ‘Hoe de stad ons dik maakt’, omdat er overal ongezond eten is. Kortom, we kunnen, als we willen, continu snacken. Het vraagt veel wilskracht om alle verleidingen het hoofd te bieden, zo lees ik. Tell me about it. Voor mij zijn het niet zozeer de verleidingen op het CS of op straat, daar kan ik prima langslopen. Maar ik creëer mijn eigen verleiding door eten te kopen dat lonkend in mijn keukenkastje of in mijn tas om mijn aandacht vraagt. Al bijna twee weken let ik op mijn snackgedrag en ben ik aan het consuminderen. Ben ik te dik? Nee, ik ben niet te dik. Voel ik me ongezond en futloos? Nee, ik voel me ook niet ongezond en futloos. Het gaat voor mij om iets anders. De momenten dat ik wil snacken, zijn momenten dat ik niet wil voelen. Het zijn momenten van ongemak, het zijn momenten dat ik ergens geen verantwoordelijkheid voor wil nemen, het zijn momenten dat ik me groots en geweldig voel en mezelf naar beneden wil halen, en het zijn momenten dat ik eigenlijk iets had willen zeggen, maar het niet gedaan heb. Het zijn momenten dat ik niet met mezelf wil zijn en met wat er is, denkende dat het eten me iets gaat geven. Het zijn momenten dat ik het lastig vind om te zien en voelen hoe het met andere mensen gaat en het zijn momenten dat ik mijn eigen licht wil overschaduwen. Maar het zijn voornamelijk momenten dat ik mijn eigen power niet wil omarmen, een power die groot is als ik gewoon aanwezig ben, in het moment. Het boeiende is, of we nu chocola, ijs, drop, mandarijnen, mueslirepen, chips of nootjes snacken, het komt allemaal op hetzelfde neer. Het idee dat ik ‘gezond’ bezig ben omdat ik iets groens of volkoren snack, is mezelf voor de gek houden. Soms voor ik er erg in heb, zit er tijdens een verjaardag een borrelhapje (of drie) in mijn mond (weliswaar ‘gezond’, maar toch), zit ik met mijn vinger in de pot pindakaas bij een vriendin, smeer ik een maiscracker met hummus, gaat mijn hand in mijn tas op zoek naar mijn bakje met nootjes of graai ik in mijn keukenkastje naar ‘iets lekkers,’ omdat ik na het eten nog honger denk te hebben. Onder het mom van ‘ik heb heel vroeg gegeten, ik mag nog wel iets’. Vaak wil ik ook niet dat andere mensen weten dat ik snack, dus zit er ook nog iets stiekems in mijn snackgedrag. ‘De stad Amsterdam is tot één groot eetparadijs verworden en wie van het Centraal Station over het Damrak naar de Dam loopt, komt onderweg al meer dan 80 eetgelegenheden tegen’. Mooi dat hier steeds meer aandacht voor is en nog meer komt, want het is een veel groter probleem dan we ons nu nog beseffen. Los van het feit dat ons eetgedrag veel gezondheidsproblemen tot gevolg heeft en dit de staat enorm veel geld kost, is er ook iets anders gaande. Het lijkt wel of we massaal iets aan het weg eten zijn, mezelf inclusief. En dat gaat voorbij overgewicht hebben of niet of gezond of ongezond bezig zijn.

Eén wereld

Ik scroll door mijn ochtend mail van Blendle, een overzicht met nieuwsartikelen uit kranten en bladen. Mijn oog valt op een grote kop over Onur (15) die, nadat hij een naaktfoto afgelopen zondag van zichzelf heeft gezien op Instagram, van een flatgebouw is gesprongen. Dood. De volgende kop gaat over de Formule 1, en dat het smullen wordt deze week. Elke dag wordt er een nieuwe auto gepresenteerd die de race nog spectaculairder moet maken: meer brullende motoren en hogere snelheden. Ik lees beide stukjes en het voelt even alsof ik in twee werelden leef. Ik weet dat het niet zo is, maar het lijkt soms wel zo. Aan de ene kant is daar de wereld van Onur, die een wereld representeert waarin mensen zelfmoord plegen, en waar vervolgens een familie en een hele gemeenschap rouwt om het verlies van een dierbare. De wereld waarin online geweld en misbruik dagelijks plaatsvindt, dat zowel op volwassenen als jongeren een desastreuze impact heeft. Een reflectie van een wereld die laat zien hoe we met elkaar omgaan en daarmee met onszelf. Aan de andere kant is daar de wereld van de sport en de glamour, waar het steeds sneller en mooier moet zijn, waar ontzettend veel geld uitgegeven wordt en waar het soms lijkt dat het nooit genoeg is. Een reflectie van een wereld die ook laat zien hoe we met elkaar en onszelf omgaan, maar dan in een andere expressie. Ogenschijnlijk twee werelden, maar in werkelijkheid één. Mijn dagelijkse intentie is om te leven vanuit één wereld, één leven, waarin alles inclusief is en er dus bij hoort. Toen ik vanmorgen die twee berichten na elkaar las, had ik daar moeite mee. Heb ik een voorkeur? Ja, die heb ik nog zeker, ook al weet ik dat het één wereld is. Vanmorgen heb ik moeite dat er zoveel geld uitgegeven wordt aan een week, die in mijn ogen geen enkele bijdrage levert aan meer harmonie in deze wereld. Een harmonie die duidelijk ook in de wereld van Onur ontbrak, zowel online als offline. Ook dat zijn namelijk niet twee werelden, want online is offline. Leven vanuit de optiek dat alles één is, is soms een uitdagende oefening. Soms lijkt het alsof ik mijn ogen voor één wereld kan sluiten of denk ik ermee weg te komen dat één wereld belangrijker is dan een ander. Zo werkt het niet, is mijn ervaring. Als alles één is, waarin alles met elkaar in verbinding staat, neemt de wereld van Onur net zoveel plek in als de wereld van de Formule 1. Het is aan mij om dit te accepteren en hier begrip voor te hebben. Niet altijd even makkelijk, maar wel wat het is. Waarom niet dat geld aan al die snelle auto’s besteden aan meer support voor de jeugd, het onderwijs en daarmee onze toekomst? Waarom niet al dat geld besteden aan het welzijn van mensen? Maar ja, zo is het nu niet. Als ik meer harmonie in deze wereld wil zien, en dus ook in de ogenschijnlijk twee werelden van Onur en de Formule 1, dan is het aan mij om die harmonie zelf te leven. En ja, die is soms ook bij mij ver te zoeken. En terwijl de familie, vrienden, school en gemeenschap van Onur rouwen om dit verlies en deze week iemand begraven, zijn er deze week andere mensen die smullen van snelle auto’s en racen alsof hun leven ervan afhangt. Eén wereld, één week. De kunst is om te zijn met al deze facetten van het leven, waarin alles inclusief is, ook al heb ik er soms moeite mee.