Ogen

“Kan je misschien aan de rechterkant van mijn neus krabben, ik heb kriebel.” Ik lig in de operatiestoel van Dokter Cup-a-Soup in Maarssen voor mijn ooglid correctie. Ik durf niet meer te bewegen, maar wil ook niet een half uur kriebel hebben. Behoorlijk gespannen heb ik mijn handen op mijn onderbuik liggen, om zo de focus op mijn ademhaling te houden. “Waar woon je in Amsterdam?” Ik haal diep adem; de ingreep is begonnen.

Ook al hadden een aantal mensen gezegd dat het mee zou vallen, dokter Cup-a-Soup incluis, is alles in het leven altijd een persoonlijke ervaring met eigen geuren, smaken en ingrediënten. Daardoor kan je ook nooit vergelijken, alhoewel dat in de praktijk bij mij dagelijks op de loer ligt. Als een geroutineerde arts die niets anders doet, zet hij een aantal prikjes met verdoving rondom mijn ogen. Ik vertel waar ik woon en merk dat ik dokter Cup-a-Soup nog meer mag binnenlaten. Juist als dingen routine zijn geworden, letten we soms niet meer op in welke energetische kwaliteit we ze doen. Normaal zou ik in een oordeel gaan, maar nu komt die niet. Ik zak dieper in mijn lichaam, ontspan me en voel me wat ‘ik houd van iedereen’ door de verdoving. Ik onderbreek de dokter en vertel dat de manier waarop hij mijn ogen met een doekje dept, niet fijn voelt. Dat had hij nog nooit gehoord. Ik merk dat doordat ik het benoemd heb, ik hem de mogelijkheid geef om het anders te doen. En dat doet hij, iets minder hard en met meer aandacht. Het is duidelijk dat mijn lichaam al jaren niets meer gewend is qua ingrepen, verdovingen en onnatuurlijke handelingen, zoals deze ooglift. Ik vertel hem waar ik woon en van het een komt het ander. Ik kan ervoor kiezen om het gesprek oppervlakkig te houden, of ik maak de keuze om werkelijk mezelf te laten zien, zonder bescherming. Nu is dat laatste in deze houding, waarbij ik in vol vertrouwen in deze stoel lig, niet zo moeilijk. Ik kan geen kant op en ben een  half uur volledig overgelaten aan de handen van deze professional. Het licht schijnt vol in mijn gezicht en elke beweging die hij maakt is voelbaar. Heel even voel ik een paniek opkomen, die net zo snel weer verdwijnt, als dat die opkwam. In een half uur tijd nemen dokter Cup-a-Soup en ik het leven door. Over het belang van verkering met jezelf hebben, over patronen in ons leven die niet helpend zijn, over jezelf leren kennen en ook nog even of er meer levens zijn dan dit leven. Ik vertel dat ik deze ingreep eigenlijk al jaren geleden wilde doen. Toen had ik het geld niet, maar ik was er ook niet klaar voor. Ik voel nu meer liefde voor mezelf, en ik doe dit niet doe om iets op te vullen of te verbeteren aan mezelf, omdat er iets niet goed is.

“Zo, je mag weer opstaan.” Hij pakt mijn tas en ondersteunt mij naar de spiegel. “Wat vind je ervan?” Heel vluchtig kijk ik in de spiegel en zie vooral twee dikke ogen. Hij begeleidt me naar de uitgang, waar ik aangeef dat ik graag wil zitten. Verdovingen, ook als ze plaatselijk zijn, hebben altijd een wonderlijk effect op mij. “Ik heb het gevoel alsof ik xtc heb geslikt”, mompel ik, terwijl ik de hand van dokter Cup-a-Soup vastpak, dankbaar dat het voorbij is en dat het goed is gegaan. “Volgens mij heb je een lage bloeddruk”, zegt de dokter. Volgens mij ben ik gewoon heel gevoelig, denk ik. Ik blijf nog even liggen. Hij bedankt me voor het fijne gesprek en de assistente neemt het over. Ze smeert vaseline in mijn ogen, waardoor ik alles nog meer in een waas zie. Lekker rustig. Vriendin die mee is, koopt nog een nek kussentje voor me en als ik er klaar voor ben, lopen we naar de lift. Ik moet niet alleen bij komen van de ingreep, maar ik ben ook nog alle support en liefde die er is aan het binnenlaten. Niet alleen van anderen, maar ook van mezelf. Dit alles voelt als een groot cadeau, dat ik alleen maar hoef uit te pakken. En te waarderen.

vijfjarenplan

Zij: ik krijg heel vaak de vraag wat mijn vijfjarenplan is.
Ik: vijf jaar?
Zij: ja, soms vragen mensen waar ik over tien jaar wil zijn.
Ik: ok
Zij: Ik weet nooit wat ik hierop moet antwoorden.
Ik: Dat begrijp ik, dat zou ik ook niet weten.
Zij: Ik zeg dan maar dat ik het niet weet, maar ik word er heel nerveus van.
Ik: Dat begrijp ik, dat zou ik ook worden.
Zij: Mijn baan houdt in 2019 op, dan moet ik wel weten wat ik ga doen.
Ik: Maar dat is pas over twee jaar.
Zij: stilte.
Ik: Ik heb nog nooit een vijfjarenplan gehad, ik weet soms niet eens wat ik volgende week ga doen.
Zij: heb je nog nooit een vijfjarenplan gehad?
Ik: nee, waarom zou ik?
Zij: maar veel mensen hebben dat.
Ik: maar dat is voor mij geen reden om het ook te hebben. Het is een mentale vraag, waarbij het lichaam niet mee doet. Mijn lichaam doet niet aan een vijfjarenplan, die kent alleen dit moment. Ik vind het veel belangrijker om me op dit moment te richten en de bewegingen en keuzes die ik nu maak. De rest volgt vanzelf. Daarbij gaat het er niet om wat ik wil over vijf jaar, maar wat er nodig is.
Zij: maar je moet toch een purpose hebben in het leven, ergens naartoe gaan?
Ik: Maar ik heb ook een purpose en dat is voor mij mensen, en het contact met mensen. Daar sta ik elke dag voor op. Als ik zie hoe het er momenteel aan toe gaat in de wereld, is dat voor mij meer dan voldoende purpose. Daarbij gaan we nergens naartoe, behalve terug naar huis.
Zij: dus geen vijfjarenplan?
Ik: ik heb er nog nooit eentje gehad en dat is me tot nu toe heel goed bevallen. Gewoon in dit moment zijn, dat is al lastig genoeg.

Gerard & Co.

Soms ontmoet je mensen die, ook al ben je niet meer met ze, nog even bij je blijven. Van die mensen waar je een grote glimlach van op je gezicht krijgt, ook als je de volgende dag wakker wordt. Gisteravond was het asperges avond in het revalidatiecentrum en mijn zus en ik mochten mee eten. We hadden ons niet aangemeld, dus hadden eigen lekkernijen mee, waaronder hardgekookte eieren, zalm, eiersalade, mayonaise, avocado’s, aardbeien, komkommer en nootjes. Geen overbodige luxe, want de asperges waren wat hard. “Wil er iemand nog een stukje avocado of wat zalm?”

Mijn vader heeft inmiddels nieuwe vrienden gemaakt, dus het was volle bak aan tafel. Tussen alle rolstoelen was er nog nét plek voor twee stoelen. Een van zijn vrienden heet Gerard, een man met een groot hart en een net zo groot verleden. Een man die nooit klaagt, positief en opgewekt is en zegt waar het op staat. Een man die laat zien dat je waardigheid niet afhankelijk is van wel of niet hopjesvla knoeien op je shirt of dat je zelf je asperges kan snijden of niet. Zonder woorden te gebruiken laat hij zien dat jouw waarde van binnen zit, en onaantastbaar is door fysieke ongemakken. Een ware leermeester, want als we veel woorden nodig hebben om iets over te brengen of duidelijk te maken, zegt dit meestal dat we het zelf nog niet leven. Hier aan tafel wordt niet met wijsheden of kennis gestrooid en gaat het niet over wereldse problematiek. Stuk voor stuk zitten hier mensen aan tafel die simpelweg zichzelf zijn en niet proberen iets te willen zijn. Het zorgt ervoor dat je zelf nog meer kan ontspannen en biedt ruimte voor verdieping. Niet inhoudelijk qua gesprek, maar in de verbinding. “Wil er iemand nog wat mayonaise bij zijn ei?” Dit hoefden we niet twee keer te vragen. De zalm is inmiddels op en ook de avocado vindt gretig aftrek. Ik kijk om mij heen en moet denken aan de woorden van een vriendin van mij, die ze onlangs tegen me zei: Being real is the new black.

Na het toetje, toebedekt met verse aardbeien, is het tijd voor koffie en thee. We kletsen nog wat na met mijn vader, terwijl iedereen langzaamaan voorbij rijdt, richting lift. Er vindt een kleine opstopping plaats, hilariteit alom. Ik zie hoe een van de bewoners een andere bewoner helpt door zijn rolstoel te duwen. Ik hoor iemand zeggen dat het lijkt alsof ze in een treintje zitten. Iedereen helpt elkaar hier, zonder dat hierom gevraagd wordt. Ze zijn er voor elkaar, zonder dat ze dit hoeven uit te spreken. Ik zwaai naar een aantal van hen. Tot de volgende keer!

En terwijl de politiek toe is aan haar derde formateur, en de woorden drie keer scheepsrecht niet bij me opkomen, vraag ik me af wat er zou gebeuren als de formatie hier in dit centrum zou plaatsvinden. Niet één formateur, maar een hele tafel vol. Politici hebben weliswaar geen revalidatie nodig, maar een  lesje in saamhorigheid zou ze niet misstaan. De reflectie die Gerard & Co. bieden zou zomaar het medicijn kunnen zijn wat politiek Den Haag en Nederland momenteel nodig heeft.

“Iemand nog een hardgekookt ei?”