Aan tafel

Een paar dagen geleden zat ik aan tafel bij vrienden van mij, samen met hun kinderen. En zoals dat met kinderen gaat, in het moment, recht uit het hart en zonder vorm van nadenken, opperde een van de kinderen dat er iemand die ze kent naar de dokter was geweest voor haar plasser. Ja, dat kan, zeg ik. En nu moet ze weer naar een andere dokter, zegt ze, dat begrijp ik niet. Nou, soms moet je naar een speciale dokter toe, een dokter voor plassers. Oh. En zo zijn er ook dokters voor voeten, voor je ogen en ga zo maar door. En voor je borsten, zegt ze. Ja, zeg ik, ook voor je borsten. Ze kijkt me aan en vertelt me dat ze al borsten krijgt. Wat geweldig zeg ik, en zo gaat het gesprek van plasser naar borsten. We hebben het over haar leeftijd en dat je dan borsten krijgt en ook op een gegeven moment ongesteld gaat worden. Dan komt er bloed uit je plasser toch? Ja, dan komt er bloed uit je plasser zeg ik. Ze vraagt hoe ik het vind om ongesteld te zijn en ik deel hoe dat voor mij is. Er wordt met grote ogen en nog grotere oren geluisterd. Voor elk meisje, voor iedere vrouw is het anders, zeg ik. En tja, dan moet er natuurlijk ook over vrijen gesproken worden. De vragen rollen over tafel en de nieuwsgierigheid is niet meer te stuiten. En dat is maar goed ook, want ik (h)erken de nieuwsgierigheid en het willen weten en ontdekken van dingen die zo met het leven te maken hebben. Maar wat als je dan moet plassen? Wat bedoel je, vraag ik. Nou, wat als je moet plassen als je net gaat vrijen. Nou, dan moet er eerst geplast worden, zeg ik. Voor een man is het ook best lastig om te vrijen en heel nodig te moeten plassen. Vervolgens praten we over wanneer je met iemand gaat vrijen (na twee weken wordt er gevraagd). Ik vertel dat ik vroeger veels te snel met iemand ging vrijen en dat ik daar nu spijt van heb. Dat zou ik nooit meer doen, zeg ik. Het is belangrijk dat je elkaar eerst leert kennen en dat je elkaar heel lief vindt. En vooral ook dat de ander naar jou toe heel lief is. Als dat niet zo is, dan wil ik niet vrijen zeg ik. Maar wij zijn nog veels te jong om te vrijen, zegt broer tegen zus. Daar zijn ze het allebei over eens. Gelukkig maar. Misschien op je 18e oppert iemand. Ja, misschien, maar het kan ook later. Het gaat erom dat het goed voelt en dan komt het vanzelf. Vervolgens hebben we het nog over maandverband, voorbehoedsmiddelen en afscheiding. Op de valreep wordt er ook nog even gevraagd of ik nog een kind wil. Nee, ik wil geen kind meer, zeg ik. Maar je was toch ooit zwanger? Ja, ik was ooit zwanger.  Ja zegt broertje, die was gemiskraamt. Ik leg uit hoe het werkt met onze eitjes en het sperma van de man. Je kan ook lenen, wordt er geroepen. Je bedoelt sperma lenen. Ja, zegt hij. Klopt, zeg ik, dat heet doneren. En dan is het eten op en is het tijd om af te ruimen en de vaatwasser te legen. Volgende onderwerp. Mam, mag ik straks op de I-pad?

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares