Achterop de fiets

Ik vind het best een beetje spannend, zei ik vanmiddag tegen James, terwijl ik achterop bij hem op de fiets zat. Het was alweer een tijdje geleden, dat ik op die plek zat, en dat kon ik merken. Ik woon dan wel weer midden in de stad, maar veel stadse dingen gaan ook heerlijk aan mij voorbij, zoals fietsen. Begrijp ik, zei James, al die toeristen, gelukkig heb ik een goeie bel. Ring ring. Er wordt een groot appel op mijn vertrouwen gedaan, zei ik. En jeetje zeg, wat een lúcht. James begint te lachen en weet precies waar ik het over heb. Joints. Ze zouden al die coffee shops moeten sluiten, oppert James. Ik ben het met hem eens, terwijl ik me ook afvraag of daarmee het probleem is opgelost. Waar gaan ze dan naartoe? Sinds ik weer in de stad woon, ruik ik vrijwel dagelijks de lucht van marihuana op straat. Mijn neus ruikt werkelijk alles en ik heb er last van. Ook al is het een kortstondige twee seconden dat ik het ruik, dat zijn voor mij twee seconden teveel. Waarom heb ik last van andermans keuzes terwijl ik op straat loop, dat is toch eigenlijk raar, opper ik tegen James. Ik merk de laatste tijd dat des te meer ik voor mezelf zorg en ik mezelf steeds meer waardeer, er steeds meer dingen niet acceptabel zijn. Dingen waarvan ik eerst zoiets had van, ach, dat maakt niets uit, zo is het nu eenmaal, zó erg is het nou ook weer niet, nou dié dingen dus, daar trek ik steeds meer een grens. Er zijn zoveel dingen die ik lange tijd in mijn leven maar gewoon heb geaccepteerd, maar waarom eigenlijk? ‘Zo gaat dat nu eenmaal’, ‘zo is het altijd al geweest’, ‘zo doet iedereen het’, of ‘dat is normaal’. Maar klopt dat wel? Zo vind ik het bijvoorbeeld ook niet fijn als ik aan de telefoon ben met iemand, en ik merk dat die persoon iets anders aan het doen is. Of als de overburen hun vuilniszak voor hun deur laten staan. Hierin ben ik assertiever geworden en dan trek ik in het laatste geval aan de deurbel. Wat ben je streng, zei James onlangs, toen ik weer binnen kwam. Ja, zei ik, goed heh, streng én met liefde, een geweldige combinatie. Ik heb sindsdien geen vuilniszak meer in de gang zien staan. Nu die joint lucht nog in de stad, eens kijken wat ik daar aan kan gaan doen. De eerste stapjes heb ik al gezet, door mensen op straat eerlijk aan te spreken toen ik er last van had. Alles heeft met expressie te maken, want zolang we onze mond houden, verandert er niets. En zoals mijn grootmoeder altijd zei: ‘C’est le ton qui fait la musigue’. Met liefde dus!

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares