Binnen laten

Ik hoorde dit weekend iets moois: uiteindelijk gaat het niet om het vergaren van kennis en onze mate van intelligentie, maar om de mate waarin we mensen volledig kunnen binnenlaten. Het gaat om liefde. Liefde is best wel een groot woord vind ik altijd. In welke mate laat ik mensen binnen, is een vraag die ik mijzelf regelmatig stel. Ook dit weekend. Mijn deur staat niet altijd wagenwijd open, omdat ik nog selectief ben. Daar waar het oncomfortabel wordt, heb ik de neiging om de deur iets meer dicht te doen. Als het lastig wordt, of als iemand mij geraakt heeft, heb ik de neiging om ietwat weg te rennen. Soms heb ik fases waarin ik de deur helemaal dicht doe, bijvoorbeeld als iemand het te bont heeft gemaakt in mijn ogen. Mensen die mij triggeren, die mij uitdagen, die heftig kunnen reageren, die bozig en nors zijn, die iets zeggen wat ik (nog niet) wil horen, die grillig zijn en onvoorspelbaar, dat zijn mensen waarbij ik snel de neiging heb: tot hier en niet verder. Mensen over wie ik een oordeel heb, of die ik in een bepaald hokje heb geplaatst, of waarvan ik alleen hun gedrag zie en niet voor wie ze werkelijk zijn, laat ik niet helemaal binnen. Een oordeel (hokje) en liefde gaan niet hand in hand. Ik vind het soms lastig om mannen binnen te laten, omdat we in een wereld leven waarin het normaal is dat je van één man echt houdt (ok, en je vader) en alle andere mannen houden we enigszins op afstand. En zelfs dat is een uitdaging, je eigen partner. Hoeveel van ons geven zich echt over aan hun partner en laten hem/haar helemaal binnen? Kortom, aan wie laat ik mij helemaal zien voor wie ik ben en deel ik mijzelf volledig? Er zit veel comfort in relaties, kom ik steeds meer achter. Mensen waarmee het relaxed en fijn is, die een stukje bescherming bieden, maar waar we elkaar niet echt uitnodigen om meer te zijn. Maar het zijn juist die mensen, die relaties, waarbij het soms ronduit oncomfortabel is en waar het kan wrijven, die ons doen bloeien en groeien. Het zijn die relaties die ons laten inzien: hee, verrek, er is nog veel meer van mij. En het zijn juist die mensen, waarop ik een oordeel heb, die ik uit de wegga, die ik spannend vind, die totaal anders zijn dan ik, die ik graag meer wil binnenlaten. Zodra ik dat doe, voel ik mezelf ruimer worden en realiseer ik mij: ik heb niets te verliezen. Deze mensen reflecteren mij iets, wat ik zelf ook ben. Zij hebben iets, wat ik mag koesteren. Het zijn juist deze mensen, die mijn grootste leermeesters zijn.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares