Binnen vier muren

Tijdens mijn ochtendwandeling gisteren was ik mij bewust van alle huizen en appartementen om mij heen. Er stond ergens een raam open waar geluiden vandaan kwamen, een gesprek tussen twee mensen. Ik realiseerde mij ineens ten volste dat er achter al die gesloten deuren mensen wonen, families en gezinnen, met allemaal hun eigen verhaal, hun eigen geschiedenis. Wie ze zijn, hoe het met ze gaat, wat er zoal speelt, ik heb geen flauw idee. Boeiend eigenlijk, zei ik tegen James, toen ik weer thuis was, dat we eigenlijk nooit echt weten wat er in al die huizen zich afspeelt. Zo dichtbij, en toch eigenlijk zo ver weg. Elk huisje heeft zijn kruisje, was zijn antwoord. Het deed me denken aan het zelfmoorddrama wat zich onlangs heeft afgespeeld in Laren, waar ik best even van onder de indruk was. Ik weet dat dit soort dingen gebeuren, maar het kwam opeens dichtbij, mede ook omdat ik de persoon in kwestie van naam ken, door mijn werktijd bij de bank. Wat bij mij bleef hangen, waren de reacties van de buurtbewoners. Het was zo’n aardige man, ze hadden het zo goed, ze kwamen net terug van wintersport en ze hadden alles in het leven. Tja, dat zegt dus niets en het laat zien dat we niet weten wat er binnen de vier muren van hun huis heeft afgespeeld. Vannacht werd ik rond half 3 wakker door geschreeuw. Een enorme ruzie en lawaai deden mij rechtop in bed zitten. Een minuut later stond ik bij het raam, om te kijken waar het vandaan kwam. James werd ook wakker (door mij…) en samen keken we vóór en achter door het raam of we iets konden zien. De ruzie liep dusdanig hoog op (ook een vrouwenstem) dat ik me echt zorgen begon te maken. Ik kon voelen dat het heel dichtbij was, maar het leek wel alsof ik dat niet wilde toegeven. Dit kan toch niet op het hofje zijn, zei ik tegen James. De impuls om de politie te bellen, kwam in mij op. Ik ging alle buren af in mijn hoofd. Nee, die kunnen het echt niet zijn. Twee minuten later was de politie er. In onze pyama zijn we naar buiten gelopen, om te kijken of we wellicht van betekenis konden zijn. Wellicht ook dat ik het met mijn eigen ogen moest zien, omdat ik het gewoon niet kon bevatten.  Er zat een man in de boeien geslagen op de grond, twintig meter van onze voordeur vandaan en er was duidelijk geweld en mishandeling gepleegd. Wat is hier in hemelsnaam gebeurd, dacht ik bij mezelf. Ik heb nog een tijdje wakker gelegen, omdat ik in mijn lijf de impact kon voelen van al dit geweld. We zijn snel geneigd te denken: tja, das niet mijn probleem hoor. Maar is dat wel zo? Dit noem ik een oorlog tussen vier muren en dergelijke oorlogen vinden er dagelijks plaats. In Laren, en dus óók bij ons op het hofje. We kunnen er onze ogen en ons hart voor sluiten, maar voor mij werkt het zo niet. We zijn allemaal met elkaar verbonden, of we het willen of niet. Wat een baan heh, bij de politie, zei ik in bed tegen James, die hebben dit waarschijnlijk elke nacht. Ik heb enorm veel respect voor ze.

 

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares