Boerenkool

Hij staat in de moestuin, gebogen over de enorme stronken boerenkool. De vorst is erover heen geweest, dus het is tijd om te plukken. Hij ritst de grote bladeren er behendig af. Zal ik ook even helpen? Nee, doe dat maar niet. Ik glimlach van binnen, want ik herken zijn antwoord. Sommige dingen doe je gewoon liever zelf. We gaan alles invriezen zegt hij. Dat wordt veel stamppot eten deze winter denk ik.

We nemen het leven door, het leven dat zich sinds een aantal weken zonder zijn lieve vrouw afspeelt. Het is stil zegt hij, vooral in de ochtend en in de avond. Dat kan ik me voorstellen zeg ik. Voor mij voelt het ook stiller op de boerderij, omdat ik niet beter weet dan dat zij hier altijd is, al zo lang als ik leef en ik hier kom. Ze zeggen dat het erger wordt, zegt hij. In het begin is het allemaal nog nieuw, maar na een jaar of zo, dan wordt het verdriet erger. Hij is in de tachtig en heeft meer vrienden die alleen zijn. Zo gaat dat in het leven, zeker in die fase. Ik luister en observeer hoe hij de verse boerenkool in de grote plastic emmers stopt. Ik voel zijn verdriet, dat te groot is voor de emmers die naast hem staan. Ze zouden overlopen, als we zijn verdriet daarin probeerden te stoppen.

Wat later zit ik in zijn keuken, waar grote pannen met boerenkool op het vuur staan. Zijn dochter is er ook, waar ik vroeger altijd mee speelde. Er wordt gewassen, gezeefd, gekookt en ingevroren. En gekletst. Dat wordt lekker boerenkool eten vanavond, zeg ik. Nee, vanavond niet, zegt hij, dan moet ik aardappelen schillen. Daarbij heb ik al vier keer boerenkool gegeten deze week. Mmm, dat wordt wat veel ja. Misschien een eitje dan, oppert zijn dochter. We zitten met z’n drietjes aan de keukentafel en de geur van boerenkool zit hardnekkig in mijn neus. Vroeger als kind heb ik hier veel aan tafel gezeten met een stukje vlees, aardappels, jus en groente, heerlijk! Het voelt vertrouwt en als familie, waar je gewoon kan zitten en zijn. Hoe is het met je ouders, vragen ze.

Wat later wordt mij een grote stronk met boerenkool overhandigd. Ik ga ook geen aardappelen schillen. Ik knip de bladeren met een grote schaar eraf, leg ze op een bakplaat, giet er olijfolie overheen en wat kruiden en zet ze in de oven. Het voelt een beetje als vloeken in de kerk, wat ik aan het doen ben. Boerenkoolchips? Mijn vriend kijkt mij vragend aan. Ik ben benieuwd, zegt hij. Ik ook wel een beetje.

Ik kan me er niets bij voorstellen, bedenk ik me later als we samen aan tafel zitten, om na ruim zestig jaar samen van de ene op de andere dag alleen te zijn. Dat kan niet anders dan heel stil zijn. Vroeg of laat krijgen we hier allemaal mee te maken, of het nu na zestig jaar of na een aantal jaren is. Het zit niet in de tijd en daarmee het aantal jaren, maar in de verbinding en de connectie die je met elkaar hebt. Die is tijdloos. Ik kijk naar mijn schaal met boerenkool ‘chips’. Ze zijn wat groot uitgevallen. Moet ik de stronk ook eten? Nee, die is nog wat hard. Misschien volgende keer iets langer in de oven? Ja, misschien wel. Maar ze smaken er niet minder om.

 

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

5 shares