De zoete oorlog

Achter de receptie ligt deze week een grote speculaaspop op mij te wachten en bij de redactie van nieuws.nl een biologische chocoladeletter. Tijdens Sinterklaas met mijn familie staan er bakjes met pepernoten, met en zonder chocola, borstplaat en marsepein. Een collega loopt langs en vraagt of ik een stukje van haar speculaaspop wil. Nee, dank je wel. Mijn andere collega vraagt of ik een mars wil. Nee, dank je wel.  Als ik door de Damstraat naar werk loop, vragen de etalages of ik een muffin, een wafel, een pot nutella, ijs, koekjes, drop, taart en als ik nog even geduld heb, over een paar weken een donut (mét drop) wil. Nee, dank je wel. Het gevoel bekruipt mij dat ik mij in een zoete oorlog bevind, want overal waar ik kom, is het een slagveld aan suiker. Zoet is overal, waar ik ook kijk, waar ik ook ben en ongeacht het tijdstip: bij een kopje thee, na het eten, in de schoen, onder de kerstboom, met oud & nieuw, bij een verjaardag, bij de dood, bij het ontbijt, op de boterham, op het station, op bezoek, bij de kassa in de supermarkt, op het werk, voor het slapen gaan, bij pijn en verdriet, in de trein, in de winkels, bij een feestje, in de ijskast, in de keukenkastjes, even tussendoor, in handtassen, online en voornamelijk in de mond. Een leven zonder zoet kunnen we ons niet meer voorstellen. Suiker is overal, zelfs in mijn pot met mayonaise. Vinden we het alleen lekker, vraag ik mij af, of kunnen we simpelweg niet meer zonder? Zonder die stimulans, die oppepper, die kortstondige boost aan energie, die tijdelijke zoethouder en dat moment van comfort. We hebben van  het leven één grote Willy Wonka wereld gemaakt en er komen nog eens vier filialen van Dunkin’ Donut in Amsterdam bij. Mijn collega zei deze week dat hij verslaafd is aan suiker. Waardering, om dit zo eerlijk toe te geven. Ik vrees dat hij niet de enige is. We zijn als inwoners van dit land vrijwel allemaal verslaafd aan suiker en bevinden ons in een zoete oorlog, die vrijwel niet te winnen is. Topman Bill Mitchel van Dunkin’ Donut is blij dat hij Nederland aan het rijtje kan toevoegen. Dat begrijp ik, er is veel geld te verdienen in deze zoete oorlog. En ik? Ik blijf dank je wel zeggen en weet uit eigen ervaring hoe lastig het is om vrijwel zonder suiker te leven. Drugs is niet ons enige probleem in Amsterdam, de  hoeveelheid suiker is een net zo’n groot probleem. Wethouder Eric van der Burg van Zorg, al jaren actief in de strijd tegen obesitas, stelt dat Dunkin’ Donut niet echt helpt om mensen gezonder te laten leven. Geen gemakkelijke opgave als wethouder, er moet immers ook geld worden verdiend. De vraag is echter: moet Dunkin’ Donut voor onze gezondheid zorgen, of mogen we dit zelf en met elkaar doen? Het zou zomaar kunnen dat als we wat liever voor onszelf en elkaar zijn, en wat beter voor onszelf en elkaar zorgen, dat we al die suiker niet meer nodig hebben. We mogen onszelf en elkaar wat meer waarderen, op waarde schatten en….. we mogen wat meer slapen, dan is die behoefte aan zoet stukken minder.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares