De dood

Elke dag praat ik over het leven, met alles wat daarbij hoort. Eigenlijk heeft elk gesprek dat we hebben met elkaar (en innerlijk met onszelf) met het leven te maken. Maar hoe komt het dan dat we zo weinig over de dood praten, terwijl dit zo’n wezenlijk onderdeel is van ons leven? Het is een onderwerp dat we liever dood zwijgen en waar een dusdanige zwaarte op zit, dat we het liever volledig negeren. Waarom? Afgelopen week heb ik meerdere keren over de dood gesproken. Nee, ik ben nog niets van plan en er is ook niemand in mijn directe omgeving overleden, maar het onderwerp kwam als van nature ter sprake. Ik ervaar bij mezelf een behoefte om het erover te hebben, net zoals ik de behoefte heb om het over mijn dag, mijn werk en wat ik mee maak te hebben. Hoe volledig kunnen we het leven omarmen, als we de dood er niet bij betrekken? Het leven krijgt dan een voorwaardelijkheid, die voor mij niet klopt. Gisteren was ik bij mijn ouders, die inmiddels op een leeftijd zijn waar ziekte en dood met steeds grotere regelmaat op de agenda staan. Hoe is dat voor jullie, vroeg ik hen gisteren, en zo kwam het gesprek uit op de dood. Een open, fijn, luchtig en reëel gesprek, zonder emoties of zwaarte. Ik deelde dat ik het jammer vind dat er binnen mijn generatie zo weinig over de dood gesproken wordt, terwijl het juist zo’n wezenlijk onderdeel  is. Weten we eigenlijk van elkaar hoe en waar we verzorgd willen worden als we ziek zijn, wat voor soort begrafenis we willen, wat er met ons huis/geld gebeurt als we er niet meer zijn en hebben we überhaupt een testament?  Ik wil de goedkoopste kist, zeg ik tegen mijn ouders, en dan kan iedereen er met een post-it nog wat op schrijven. Nee, ik wil niet de goedkoopste kist omdat ik niet meer waard ben, maar het zit um voor mij niet in de kist. Wat later zit ik met mijn vader in de auto en kletsen we nog wat na. Ik heb pakweg nog 10 jaar te leven, zo zegt hij, en dan is het klaar. Ik geloof niet in het hiernamaals, en al helemaal niet in reïncarnatie. En dat er een hemel is, dat komt allemaal voort uit religie. Ik denk dat jij nog heel vaak terugkomt, zeg ik tegen hem, want je hebt nog lang niet alles gegeven wat er in je zit. Echt niet, zegt hij, ik zou maar een foto van me maken, zodat je me niet vergeet. Dat hoeft niet, zeg ik, want ik ga je nog heel vaak zien. Ik geloof ook niet in de hemel zoals die vanuit de religies wordt beschreven, maar we zijn nog lang niet klaar hier. We moeten allebei lachen. Praten over het leven verbindt, praten over de dood óók. We kunnen doen alsof het er niet is of het pas bespreekbaar maken als de dood op onze deur klopt, maar dan gaan we voorbij aan het feit dat we in een cyclus leven.  En soms komt die klop op de deur heel onverwachts. Als we het leven volledig willen omarmen, dan hoort de dood daarbij. Mijn commitment aan het leven mag net zo groot zijn als aan de dood, en vervolgens aan al die levens die nog volgen. Ook al hebben we allemaal een andere kijk op de dood, en wat er daarna met ons gebeurt, erover praten brengt ons dichter tot elkaar. Waarom wachten, als de gelegenheid er nu ook is.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares