Een lied voor het licht

Luid zingend sta ik in de Nederlandse Protestante Bond in Wassenaar. Het is kerstavond en samen met mijn ouders ben ik naar de kerstdienst. We zijn behoorlijk op tijd, zodat we er zeker van zijn dat er ook voor ons plek is in de stal. Twintig minuten voordat de dienst start, begint de man achter het orgel vol enthousiasme te spelen. We zingen met elkaar dat er een kindeke geboren is op aard. De man naast mij, een vriend van mijn ouders, vraagt of ik regelmatig naar de kerk ga. Nooit, zeg ik, voor mij is de kerk overal. God is overal? Ja, precies, God is overal.

De dominee, een geweldige vrouw, die niet alleen met twee benen in de kerk maar ook in het leven staat, leidt de dienst. Ze leest een gedicht voor over het lied van het licht. “Nog voordat het licht wordt, nog voordat de morgen zich meldt, beginnen de vogels, eerst nog voorzichtig, één stem, dan al luider in koor. Zij tillen het donker op, zingen de nacht ten einde, een psalm voor het licht.”

De boodschap van het gedicht en van haar eigen overdenking is dat als er maar één vogel, één persoon durft te beginnen, met andere woorden, het lied van het licht durft te zingen, ook als het donker is, dat dit een enorme impact heeft. Er is veel duisternis op het moment, zo deelt ze. Ouders die zich zorgen maken over hun kinderen, kinderen die zich zorgen maken over hun ouder wordende ouders. Er is genoeg duisternis in de wereld, waarover we ons momenteel zorgen kunnen maken.

We willen graag helpen, maar we kunnen er ook voor kiezen om te zingen. Niet letterlijk, niet hardop, maar zingen als symbool voor het schijnen van je licht. Haar verhaal ontroert me. Laat ik mijn eigen licht schijnen en zing ik elke dag uit volle borst, ook als ik de enige ben en als er een donkere deken mij wil toedekken? Zingen staat voor mij niet alleen symbool voor het schijnen van je licht, maar ook voor het ontmoeten van de ander vanuit gelijkheid, vertrouwen hebben in de ander, wetende dat hij compleet is en alles in zich heeft om zijn eigen lied te zingen. Elk lied klinkt net weer anders, maar samen zingen we hetzelfde lied.

Ze deelt het verhaal van een Syrische vluchteling, een waargebeurd verhaal. Deze jongen kwam drie jaar geleden naar Nederland, waar hij in een opvangcentrum verbleef. Hij hield zich afzijdig van de groep en stond vaak alleen. Op een dag kwam er een vrijwilliger. Hij liep naar de jongen toe en vroeg hem waarom hij alleen stond. De vrijwilliger zei dat hij volgende week terug zou komen. De jongen geloofde hem niet, want, zo dacht hij, dat zeggen ze allemaal.

De vrijwilliger kwam de week erop wél terug, en ook de week daarna en daarna. Hij bleef zingen, ongeacht of de jonge vluchteling zijn lied kon horen. Drie jaar later spreekt deze jongen Nederlands en heeft hij zijn eigen cateringbedrijf. Waarom? Omdat de vrijwilliger, maar ook andere mensen met wie hij de jongen in contact bracht, bleven zingen.

“Hoe diep met de nacht ook verlegen, als er maar één mens rechtstandig, als er maar één durft te beginnen, met de keel van een merel gaat zingen…”.

De volgende ochtend word ik vroeg wakker. Ik lig in mijn oude kamer en buiten is het donker en stil. Opeens uit het niets hoor ik een vogel zingen. Wow, die is er vroeg bij, denk ik, en dat in de winter. Met een grote glimlach luister ik naar zijn lied. Ik moet denken aan het gedicht en aan de woorden van de dominee. Er hoeft er maar één te zingen om het donker op te tillen.

 

 

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares