Eten

Waarom eet ik en waarom eet ik wat ik eet. Twee vragen die mij mateloos boeien en waar ik als student van het leven (en van eten) nog regelmatig mee worstel. Alhoewel ik precies weet wat goed voor me is, luister ik daar niet altijd naar. Heel vaak wel, en soms vaak ook niet. Dat zijn momenten dat ik niet wil voelen en ik kies dan voor het tijdelijke comfort van een sensatie in mijn mond. Ik weet dat als ik pinda’s in huis haal (die we hier thuis sinds kort omgedoopt hebben in troostpinda’s), dat er iets is dat om aandacht vraagt. Ik voel iets waar ik in dat moment nog geen expressie aan kan of wil geven en zoek dan troost in een handje (of twee) pinda’s. Zit je pinda’s te eten, vraagt James dan. Ja, verdrietpinda’s antwoord ik dan. Verdriet parkeer ik soms, omdat het zo groot kan voelen. De laatste paar dagen word ik me steeds meer bewust van het feit dat ik ook eet, om de wereld niet te hoeven voelen. Dit kunnen mensen zijn of situaties, of beide. Ik wil dan bijvoorbeeld niet voelen hoe het werkelijk met iemand gaat in mijn directe omgeving. Of ik ben ergens en ga voor het gemak iets eten, omdat ik merk dat er van alles speelt. Waar anderen zich verdoven met alcohol, brood of chocola, verdoof ik mezelf net zo goed, alleen ik kies voor nootjes of pinda’s. Op het eerste gezicht heel onschuldig, maar de intentie is hetzelfde. Waarom willen we onszelf verdoven is een eerlijke vraag die we onszelf mogen stellen. Een vraag waarop een eerlijk antwoord noodzakelijk is, om een liefdevolle relatie met eten te ontwikkelen. Ik had het vanmorgen met een cliënt nog over koffie. Ze vertelde dat ze weer meer cappuccino drinkt (ooit mijn hoogtepunt van de dag) en dat dit voor haar een beloning is. Eten als troost, eten/drinken als beloning of eten om niet te hoeven voelen. De supermarkt ligt er vol mee en we blijven het kopen. Ik ook. De supermarkt blijft het aanbieden, zolang wij het nodig hebben.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares