Gepocheerde eieren en soep

Ze draagt altijd een rood donzen jack, waarmee ze opvalt op straat. Dat is handig, zeker als ik uit mijn raam naar buiten tuur. Eerst kom ik haar zelden tegen, opeens vrijwel elke dag. Of bij ons in de binnentuin, soms met blote benen in nachtjapon. Wat ga je doen, vraag ik haar dan. Even een brief posten. En soms op straat, op weg naar de Plantage. Maar altijd met een verwilderde blik en onverzorgde haren. Wie is zij, vraag ik me af, maar vooral: gaat het wel goed met haar?

Een tijdje terug stopte ik op het bruggetje, toen ik haar voor de zoveelste keer tegenkwam. Hi, zei ik, wij wonen volgens mij heel dicht bij elkaar. We hadden een kort en geanimeerd gesprek, wat voor een deel uit herhalingen bestond. Zo kwam ik te weten hoe ze heet, op welk nummer ze woont en vertelde ze me vier keer dat ze net in de Plantage was geweest om koffie te drinken. “Ik ga elke dag naar de Plantage, ken je dat? Het is daar heel erg leuk.” Tot vier keer toe antwoordde ik, en viel ook ik in herhaling, iets wat ik verder tijdens gesprekken zoveel mogelijk vermijd. Maar in het geval van dementie doe ik dat met alle liefde.

Wat later kwam ik haar tegen voor mijn voordeur en vroeg ik haar of ze weleens kookte. Nee, zei ze, maar ik heb wel altijd melk in huis. Of ik een keer soep voor haar zou maken, zo stelde ik voor. Dat leek haar een prima idee. Is er iets wat je niet lekker vindt, vroeg ik haar. Ik houd niet van gepocheerde eieren. Dat is goed, zei ik, die gaan ook niet goed samen met soep.

Vandaag had ik Gazpacho soep over van de familie paasbrunch. Ik maak altijd te veel, want te weinig soep kan je niet invriezen, en ook niet uitdelen. Vanmiddag belde ik spontaan aan, want een afspraak maken heeft wat minder zin, zo dacht ik, met iemand die langzaam aan het vergeten is. Ze deed meteen open en was blij verrast me te zien. Ik kom wat soep brengen. Mag ik binnenkomen? Ja, ik had ook een kleine geheime agenda, want ik wilde graag weten hoe haar appartement eruit zag. Een huis vertelt veel over iemands staat van (aanwezig) zijn.

Ik ga de soep meteen opeten, zei ze. Dan houd ik je gezelschap, zei ik. We hebben een half uurtje het leven doorgenomen. Ze zegt zo’n tien keer wat voor groot plezier ik haar doe door soep te brengen. Ik ontvang zo’n tien keer haar oprechte blijk van waardering en liefde. Het kleine appartement is een reflectie van een vrouw die eenzaam is, niet meer gezien wordt voor wie ze in essentie is en die tijdens haar 76 jaren veel in haar hoofd heeft geleefd. Een lieve, intelligente, belezen en betrokken vrouw die sinds haar pensioen er niet meer toe doet. En die langzaamaan vergeet.

We wisselen nummers uit en ik zeg haar dat ik binnenkort weer soep kom brengen. Bij de deur zegt ze nogmaals hoe lekker de soep was en wat voor een groot plezier ik haar heb gedaan. Tja, zegt ze vervolgens, het zou toch onbeleefd zijn als ik dit niet tegen je zou zeggen.

door
Vorige blog Volgende blog

Reacties

    • Anoniem
    • 25 april 2019

    wat een mooi verhaal. mariette. goed wat je gedaan hebt voor die vrouw. zie je maar weer , dat een grote stad eigenlijk niet zo goed is voor oudere mensen. worden gauwer over het hoofd gezien en vergeten. veel rare dingen kun je mee maken in een grote stad. heb het zelf ook wel meegemaakt. veel succes verder met je fijne berichten. gr. w.

    • mareineke
    • 28 april 2019

    Dank je wel, wat leuk dat je een berichtje achterlaat. En klopt, ik maak van alle mee in Amsterdam…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares