Jan van Waal

Ik loop het Sarphatipark in en het begint net licht te worden. Zo fijn dat het lente wordt, zodat ik in de ochtend vroeger naar buiten kan voor mijn wandeling. Er staat een wat oudere man, leunend op een stok, naar de bosjes te kijken. Wat is het fijn heh, in het park, zeg ik tegen hem, en ik blijf staan. Jazeker zegt hij, ik ben altijd vroeg op en wandel dan in een park, zegt hij. Ik ook, zeg ik, ik woon hier sinds kort en wandel nu hier. Hij begint te vertellen dat hij een tas met medicijnen bij zich heeft. Oh, vraag ik, voor jezelf? Nee, ik behandel mensen voor hun benen en heb allemaal planten in mijn tas zitten. Hij vertelt dat veel oude mensen last hebben van hun benen maar ook vrouwen die in de overgang gaan. Ik vraag hem hoe hij heet, ‘Van Waal’ zegt hij. Heb je ook een voornaam? Ja, Jan, zegt hij. Kijk, wij mensen hebben dezelfde cyclus als een koe. Ok, zeg ik en blijf rustig verder luisteren, met al mijn aandacht. Ik bedenk mij wel dat ik dit niet wist. Een koe is eigenlijk onze tweede moeder. Ook dit heb ik nooit zo bekeken. Hij begint een monoloog over melk, over dat kinderen karnemelk moeten drinken en ineens gaat het gesprek over candida en waarom sommige mensen 90 worden die roken en andere mensen niet. Weet jij waarom dat is, vraagt hij mij. Ik wil net antwoord geven, maar hij vertelt alweer verder. Wat een feest is het, om gewoon te luisteren. Ik kan zien dat Jan zich ontmoet en gehoord voelt. Hij vertelt dat hij al 30 jaar mensen behandelt. Je weet veel, zeg ik. Ja, zegt hij, ik heb alles uit boeken. Ik heb 4000 boeken thuis staan. Das best veel, bedenk ik mij, hoe zou zijn huis eruit zien? Jan blijft verder praten en ik merk dat ik wil wandelen. Jan, zeg ik, dank je wel, maar  ik wil nu graag wandelen. Ik wens hem een fijne dag, hij kijkt mij glazig aan vanachter zijn bril en ik wens hem een fijne dag. Ik zie overal crosussen, een aantal mensen zijn aan het sporten en iemand anders laat zijn hond uit. Amsterdam wordt wakker, de lente wordt wakker en Jan gaat zijn dag in, net als ik. De tranen lopen over mijn wangen, niet zozeer vanuit verdriet, maar meer omdat ik zoveel liefde voel. En ik ervoor kies om dit steeds meer toe te laten.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares