Kamp

Zo, ik ben toch wel blij dat ik straks weer naar huis mag, fluister ik tegen James, terwijl we rondlopen op een vakantieboerderij tussen de Brabantse weilanden, waar mijn lieve neefje L voor een week op kamp gaat. Samen met mijn zus en de honden brachten we vanmiddag L. weg naar zomerkamp, wat op vijf minuten afstand van onze vakantie stek ligt. Ik ben gewoon een beetje nerveus, opper ik in de auto ernaar toe, er komen echt nostalgische gevoelens bij me naar boven. Ook L. vindt het best spannend, zo zegt hij tijdens het ontbijt. Terwijl ik zijn tas met slaapzak op het bovenste stapelbed zet, in een bedompte donkere kamer waar ze met zes jongens slapen, denk ik terug aan mijn eigen zomerkampen. De gemeenschappelijke ruimte van dit kamp lijkt precies op alle gemeenschappelijke ruimtes waar ik vroeger op kamp ben geweest. Ook de doucheruimte is in de afgelopen 30 jaar niets veranderd. Naar kamp toe gaan was altijd een drama, omdat ik steevast heimwee had. Al dagen voordat het kamp begon, werd ik nerveus, verdrietig en angstig, om die hele lange week weg van thuis. Ik mag toch wel bellen, vraagt L. aan mijn zus vanmorgen. Terwijl ik met James terugloop naar de auto zeg ik nogmaals hoe heerlijk ik het vind dat ik weer naar huis mag. Klein issuetje, schat, vraagt James. Hoe leuk al die kampen ook waren, ik moet (nog steeds) eerlijk toegeven dat ik uiteindelijk het liefste weer lekker thuis ben. Ik zwaai nog even naar L. en met een grote lach zwaait hij terug. Wel een fijn idee heh, dat we zo lekker dichtbij zitten, zeg ik tegen James in de auto terug, mocht er nou iets zijn, dan kan hij lekker naar ons toe komen.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares