Kroeg

In alle vroegte loop ik vanmorgen door mijn buurtje naar de tram. Ik neem een halte verder, zodat ik even ben uitgelaten. Voor me zie ik een prachtige vrouw lopen, type Brigit Bardot, al wat verder in haar zestiger jaren, lang haar, mooie hoed op, verzorgd uiterlijk en lange dikke winterjas aan. Ze wankelt een beetje, dus als ik langs haar loop vraag ik haar of alles goed gaat. Ze kijkt me wat glazig aan en zegt dat ze net uit de kroeg komt. Kom je nét uit de kroeg, vraag ik ietwat verbaasd, zijn die zó lang open? Ja, zegt ze en wijst omslachtig naar achteren naar de meest treurige kroeg bij mij in de straat. Dat heb je lang vol gehouden, zeg ik. Ze wil weer gaan lopen maar struikelt bijna. Zal ik mee lopen naar je huis, vraag ik. Ze kijkt me stralend aan, pakt mijn arm en gearmd lopen we in rustig tempo verder. Volgens mij heb je iets teveel gedronken, opper ik nuchter. Ze begint te lachen. Ja, mijn dochter was aan het werk, ik heb een paar pilsjes op. Ik versta pilletjes en vraag haar ‘een paar pilletjes?’ Ze begint weer te lachen en zegt, neehee, een paar pilsjes. Aha zeg ik, pilsjes, pilletjes, maakt ook niet uit, ik kijk nergens meer vanop. We steken over en ze vraagt of ik volgende keer mee ga naar de kroeg. Nee, zeg ik, ik ga nooit naar de kroeg. Echt niet, zegt ze, nooit? Nee, zeg ik. Ik drink geen alcohol, maar los daarvan, ik vind het er niet lekker ruiken en de energie in een kroeg vind ik ook niet fijn. Dus je gaat niet een keer met me mee, vraagt ze nogmaals. Nee, zeg ik, ik ga niet naar de kroeg. Ze is even stil. Maar waar ga je dan naartoe? Nou, naar werk, naar huis, naar vrienden, naar familie, soms naar een lunchttentje, naar een bos om te wandelen en ik ga regelmatig naar Engeland. Ik ben best een drukke vrouw. Maar nooit naar de kroeg. Nee, nooit naar de kroeg. Ze wil nog verder gearmd lopen, maar ik zeg dat ik naar de tram moet. Ze kijkt me aan met haar grote blauwe ogen, haar sigaartje in haar hand en zegt: Ik vind jou een kanjer, en geeft me een dikke zoen. Ik ook, zeg ik, en ik vind jou ook een kanjer, en wrijf haar even zacht over haar rug. Lukt het zo, vraag ik. Ja, zegt ze, en ze loopt richting haar huis. Lekker slapen heh. Ja, lekker slapen. Misschien komen we elkaar nog een keer tegen, zegt ze. Misschien wel zeg ik. Maar niet in de kroeg, denk ik hardop, terwijl ik naar de tramhalte loop.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares