Lieve God

Toen ik klein was, had ik altijd een gesprekje met je voordat ik ging slapen. Ik kan me niet herinneren dat ik het bidden noemde, maar ik trok elke avond zeker vijf minuten uit om je te bedanken voor ‘deze fijne dag’ en te vragen of je goed voor alle mensen om mij heen wilde zorgen (en of ze nog lang mochten blijven leven.) Dat begon met mijn ouders, zussen, andere familieleden en huisdieren, maar dat werden er gaandeweg steeds meer. Als ik ‘amen’ had gezegd en iemand was vergeten, deed ik altijd nog even een p.s. want anders kon ik niet rustig slapen. Soms waren dat best veel ps’jes…..

Als kind heb ik ergens het plaatje opgepikt dat je een man met een baard was, die altijd op een wolk zat. Geen idee wat je daar eigenlijk de hele dag aan het doen was, maar ergens wist ik dat dit plaatje niet klopte. Voor mij was je gewoon een aanwezigheid die er altijd was, los van welke vorm van religie, locatie, persoon of boek dan ook. Het is datzelfde gevoel wat ik als kind (en later trouwens ook) had dat er meer is tussen hemel en aarde.

Toen brak er een tijd aan dat je wat minder tot helemaal niet aanwezig was in mijn leven. Nou ja, je was er natuurlijk wel, maar ik was er zelf vaak niet. Ik heb namelijk geleerd dat ik jouw aanwezigheid pas kan voelen als ik met mezelf in contact ben en mezelf lief heb. Maar dat niet alleen. Ik kan jou pas leven als ik leef op een manier die rekening houdt met iedereen. Je bent geen mentaal concept, dat past in mijn hoofd. Mijn lichaam moet mijn huis zijn en mijn hart mijn richtingsaanwijzer als ik jou wil ervaren. 

Lange tijd had ik altijd een reactie en een gevoel van ongemak als jouw naam viel. ‘Geloof je in God?’ wordt mij heel soms gevraagd. Ja, dat doe ik, maar niet op de manier zoals veel mensen dat doen. Ik merk dan dat ik het lastig vind om uit mijn woorden te komen en om te zeggen hoe God voor mij voelt. Er is namelijk zoveel over jou geschreven, gezegd en overgedragen wat voor mij niet waar voelt. Ook wordt jouw naam uitgesproken op momenten die niets met jou te maken hebben. Die niets met liefde te maken hebben.

Wat weet ik wel?

Ik weet dat ik in de avond niet aan jou hoef te vragen om voor al mijn dierbaren te zorgen of dat jij ervoor kan zorgen dat ze lang blijven leven. Dat is namelijk niet jouw verantwoordelijkheid noch jouw taak. Ook weet ik dat je overal bent, in elk moment en in ons allemaal. Dus eigenlijk is deze brief ook een brief aan mezelf. Terwijl ik deze woorden schrijf in de stilte coupé van de trein en ik kijk hoe de weilanden voorbij razen, weet ik óók dat ik van binnen stil moet zijn, voordat ik werkelijk kan voelen, horen, zien en ervaren dat jij er altijd bent. Óók in de trein.

 

 

door
Vorige blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

9 shares