Maandag met mij

Ik loop de vergaderruimtes op werk binnen om te kijken of alles er goed bij staat en sta even stil. Ik voel me anders, merk ik. Ik loop een paar rondjes om de grote tafel met stoelen, vast agendapuntje van mezelf, en weet wat het verschil is. Ik ben vandaag met een stuk minder bescherming het pand binnen gelopen. Ik voel me open, bij mezelf, rustig, stil, en zonder een enkele vorm van masker, rol of iets wat ik moet zijn, doen of proberen. Het voelt wat onwennig, moet ik niet…? Nee, ik moet niets.  Een paar gedachtes proberen om aandacht te vragen, maar krijgen geen kans. Even geen mentale afleiding vandaag. Om me heen is er niets veranderd, het is hetzelfde werk, dezelfde collega’s, mijn zelfde bureau, en toch voelt alles anders. Ik voel meer, ruik meer, hoor meer en zie meer. Alsof alles meer geopend is. Ik heb meer oog voor details. Vandaag ga ik kijken wat er op me af komt. Ik kleed me rustig om, heb zin in een speldje in mijn haar, voel nergens een haast, maak contact, geef mijn directe collega’s een knuffel, kijk mensen aan en begin mijn werkdag. Mijn gezicht voelt ontspannen. Als ik luister naar iemand, mag ik gewoon luisteren. Ik hoef niet te lachen, op een bepaalde manier interessant of intelligent te kijken of mijn voorhoofd te fronsen. Ik hoef niet ja te knikken of mee te gaan in de emotie van de ander. Het voelt wat onwennig, kom ik wel geïnteresseerd over? Moet ik niet lachen? Ben ik nog wel leuk? Ik ga op de grond liggen om een oefening aan mijn collega voor te doen, voor in de ochtend, voordat je opstaat, om even contact met jezelf en je lichaam te maken. De KPN heeft een storing, dus de telefoon gaat niet over vanmorgen. Ook goed, dan kan ik wat andere dingen doen. Ik ervaar een zee aan tijd, misschien omdat ik niet bezig ben met de tijd, maar telkens weer terug ga naar het contact met mijn lichaam. Ik doe veel meer dan anders, en ook meteen. Niet wachten als het ook nu kan. Mensen vertellen me privé dingen, ik krijg uit het niets een omarming van een collega en ik voel me verbonden. Collega’s die langs de receptie lopen zeggen hallo tegen me, of iets anders, ook als ik niets zeg. Ik eet mijn zelfgemaakte salade, maak een wandeling in mijn pauze in de zon en bel met een vriendin. Ik moet gewoon even wennen, zeg ik tegen haar, om zo bij mezelf te zijn. Het laat zien hoe vaak ik bij anderen ben, in mijn hoofd, bij gedachtes, bij situaties, bij verhalen, en ga zo maar door. Een collega loopt langs en vraagt hoe mijn weekend was. Ik vertel. Ik zie het aan je gezicht, zegt ze, je straalt. Een dag als deze doet me realiseren hoe vaak ik wat moet, me haast, iets moet zijn, een masker opzet, of vind dat ik iets moet doen. Ik mag gewoon ontspannen en de connectie met mezelf voelen, het enige wat ik nodig heb als bescherming. Wat meer onschuld en kwetsbaarheid. Met die bescherming kan ik alles aan. Dan weet ik precies wat ik moet zeggen, wat er moet gebeuren of dat ik even stil mag zijn. Soms mag ik gewoon stil zijn en iemand in de ogen aankijken. Echt ontmoeten heeft niet altijd woorden nodig. Zomaar een maandag met mij.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares