Mijn grote vriend

Waarom hebben sommige honden geen staart, vraagt Just (8), terwijl we samen vanuit zijn huis weglopen richting mijn huis voor een logeerpartij. Dat weet ik eigenlijk niet, zeg ik, en merk hoe heerlijk het is om gewoon te zeggen dat je iets niet weet. We lopen hand in hand met elkaar, steken de straat over en dan is het tijd voor de echte gesprekken over het leven. Vind je het jammer dat je gescheiden bent van James, vraagt hij.  Ik vertel hoe het voor mij is, dat het klopt en waar voelt. Ja, want jullie willen andere dingen, toch? Ja, dat klopt, we willen andere dingen. Weet je Just, zeg ik, ik vind relaties best lastig. Echt, vraag hij, hoezo dan? Nou, ik dacht vroeger dat ik dan zou trouwen, kinderen krijgen en dan voor altijd fijn bij elkaar zou zijn, je weet wel, zoals in de sprookjes, nou, zo is het niet in de realiteit. Oh, zegt Just, en hij denkt na. Ik heb nog een boel te leren, zeg ik. Zou je wel weer verkering willen, vraagt hij. Zeker, zeg ik, op den duur zou ik zeker weer verkering willen, want ik vind relaties ook heel leuk, ik leer er veel van. Maar dan wil je liever iemand die hetzelfde is als jij, vraagt hij. Mmm, zeg ik, niet helemaal hetzelfde, want dan kan je niet echt samen groeien. Ok, maar ik bedoel, je wil wel iemand glutenvrij. Ik moet heel hard lachen. Just moet ook lachen. Nee, hoor, mijn verkering mag best gluten eten, daar zit het um niet in. Als hij lekker brood wil eten, dan moet hij dat vooral doen. Maar in sommige dingen is het wel belangrijk dat je hetzelfde wil. Heb jij eigenlijk verkering, vraag ik Just. We praten over het verschil tussen verkering en goeie vrienden zijn. Bij verkering vind je iemand leuk en lief, zegt Just, en ben je verliefd, bij een goeie vriend die vind je heel leuk. Ik ben aan het leren om goeie vrienden te zijn met mannen, zeg ik, dat ken ik niet. Jij bent bijvoorbeeld een goeie vriend van mij. En wie nog meer dan, vraagt hij. Ik vertel hem over de andere twee mannen in mijn leven die goeie vrienden zijn. Dus dat zijn drie goeie vrienden, zeg ik. En James dan, vraagt hij. Absoluut, James ook, dus jeetje, wat ben ik rijk zeg, ik heb gewoon vier goeie vrienden. Zullen we even gaan zitten, vraagt Just. Is goed, zeg ik, en we gaan samen op een stoepje zitten. Ik ben zo dol op jou, zeg ik tegen Just, en niet alleen op jou, maar op jullie alle vijf. Jullie zijn echt belangrijk voor mij in mijn leven. Just krijgt een grote grijns op zijn gezicht. We lopen weer verder, mijn straat in. Weet je wat ik nou zo fijn vind, zeg ik tegen Just. Nou, vraagt Just. Hoe wij met elkaar kunnen praten. Jij bent 8, en ik ben 33 (43 mariette!, roept Just) en we kunnen gewoon alles tegen elkaar zeggen. We lopen langs een terrasje. Ik heb het gevoel dat mensen denken dat jij mijn moeder ben, zegt Just. Nou, zeg ik, dat zou ook heel goed kunnen, toch? We zijn allebei super knap, helemaal geweldig en we vinden elkaar heel lief. Hand in hand lopen we verder en bespreken we wat we gaan eten. Ik heb toch zin in aardappeltjes, zegt Just. Helemaal goed, zeg ik, met een vleesje? Een half uur later zitten we op een kleedje in het park samen te picknikken. Een grotere vriend kan ik me niet wensen.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares