Slaap volwassene slaap

Ik ga naar bed, zegt mijn vader. Het is 12:30 ’s middags, wat vroeger voor zijn doen. Ben je moe vraag ik. Ja, ik ben moe in mijn ogen. Wil je nog wat lunchen? Nee, ik heb net taart op. Niet veel later ligt hij ingestopt in bed. Wie had dat gedacht dat die rollen nog eens zouden omdraaien en dat ik nu een ouder mag toedekken.

Ik vind dat altijd een bijzonder moment, het moment vlak voordat we gaan slapen, of dit nu overdag is of in de avond. Het is het moment waarin we tijdelijk dag zeggen tegen elke vorm van activiteit en ons lichaam en onze geest in de overgave stand gaan. Althans, als we de controle en de activiteit voor dat moment kunnen en durven los te laten.

Als kind ging ik graag naar bed. Niemand hoefde tegen mij te zeggen “Mariette, ga nou eens naar bed, het is al zus of zo laat.” Slapen was en is altijd voor mij een wezenlijk onderdeel geweest van de 24 uur die ik elke dag weer cadeau krijg. Ik heb fases gehad waarin ik wat onachtzamer met mijn slaap ben omgegaan en daarmee minder zorgzaam was voor mijn lichaam. Maar altijd heb ik geweten dat slapen erbij hoort en dat we die uren in de nacht hard nodig hebben.

Het zijn de uren waarin we met onszelf zijn: met ons lichaam en met alle keuzes die we die dag gemaakt hebben. Met alle gedachtestromen en flarden van gesprekken en activiteiten die (nog) niet afgerond zijn. Met ons hart en onze adem, een adem die soms hoog zit, soms laag, soms gentle is en soms verhard. Met onze ziel, die soms van zich laat horen in onze dromen en met God, die altijd bij ons is, ook als wij onze ogen gesloten hebben.

Voor mij is slapen een uiting van overgave en het durven loslaten van alles wat we tijdens onze dag zo goed en zo kwaad mogelijk hebben geprobeerd vast te houden. Hoe we slapen en of we kunnen slapen, staat of valt met hoe we overdag geleefd hebben, de keuzes die we gemaakt hebben en de mate waarin we in contact zijn met ons lichaam. Luisteren we naar wat het ons vertelt, ook als het moe is in de avond, of gaan we maar door, van activiteit naar activiteit, niet willen stoppen en altijd maar op zoek naar meer van, ja, meer van wat eigenlijk?

Zou het kunnen dat er zoveel mensen met uiteenlopende slaapproblemen zijn, omdat we uit contact leven met ons lichaam en onze cyclus? Zou het kunnen dat we de slaap niet willen en kunnen vatten, omdat we het lastig en confronterend vinden om onszelf over te geven aan iets groters dan wijzelf en continu grip willen hebben op het leven? Misschien dat we wat meer de tijd mogen nemen in de avond om onszelf toe te dekken en in te stoppen, zonder alle afleiding van buitenaf. Dat we wat meer van binnen naar buiten mogen leven overdag, met een diep respect voor ons lichaam, zodat het in de nacht werkelijk tot rust kan komen.

Ben je daar weer, zeg ik tegen mijn vader. Ik sta in de gang met een feesthoedje op wat ik zojuist in de logeerkamer heb gevonden. Ik ben van het welkomstcomité, zeg ik grappend, terwijl hij de slaapkamer uitrolt. Hij begin te lachen, ik ook. De slaap heeft hem goed gedaan. Gewoon naar bed gaan als je ogen moe zijn en je lichaam het nodig heeft: het klinkt zo simpel, maar om het te leven.

 

 

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

6 shares