Ster Iwan

Gisteren kwam onze vaste inval schoonmaker Iwan op werk in verband met ziekte van Abdel, en toen hij bij de receptie stond zei ik hoe leuk ik het vond dat hij er weer was. We kunnen niet zonder je, zei ik, en blijkbaar vindt het bedrijf dat ook, want ze blijven je terugvragen. Welnee, zegt hij, ze vragen me gewoon omdat ik nu weet hoe het hier werkt. Nee hoor, zeg ik, ze vragen jou, om wie jij bent en hoe jij je werk doet. Ik vertel hem wat ik aan hem waardeer en begin over zijn talenten. Welke talenten, vraagt hij. Welke talenten, vraag ik, wat bedoel je? We hebben allemaal talenten, zeg ik, dus jij ook. Hij zegt dat hij geen enkel talent heeft. Nou, dan is het goed dat je er bent zeg ik, dan gaan we het daar eens fijn over hebben. Ik bel mijn collega om te zeggen dat Iwan er is en of ze naar beneden komt en ze zegt dat ze er straks aankomt. Mooi zeg ik, neem je tijd, want Iwan en ik hebben het over zijn talenten. Wat mij de laatste steeds vaker opvalt, is hoe we als mensen gefocust zijn op wat er niet is. We richten onze aandacht op wat niet goed gaat, wat we nog niet kunnen, wat beter kan, wat anders zou mogen, wat niet leuk is, waar we niet goed in zijn, waar we aan moeten werken en wat we niet hebben. Het is nooit goed genoeg en daarmee vinden we onszelf dus nooit goed genoeg. Als we over onszelf praten, is het glas altijd halfvol, en soms is het zelfs leeg. Als we ’s avonds in bed liggen, waar denken we dan aan, als we terugkijken op onze dag? Aan wat er wel is of aan wat er niet is? Het verschil is een keuze die we maken. Ik kies ervoor om me te richten op wat er wel is, op wie ik wel ben, en wat ik wel goed kan. Het mooie is, wat aandacht krijgt, groeit. Ik geef mezelf als het ware water. En dat water heb ik gisteren gedeeld met Iwan. Wat een geweldige man. Ik vertel hem het verhaal dat mij ooit verteld is over hoe we allemaal een ster zijn hier op aarde met allemaal een eigen plek. Aan het einde van het verhaal kijkt hij me al iets stralender aan. Als we onszelf en elkaar wat vaker bevestigen in wie we wel zijn, in plaats van niet, dan zou het zomaar kunnen dat we straks een zonnebril nodig hebben tegen al dat licht.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares