Afscheid

Ik word wakker, en het moment is daar, 

Ik kijk naar buiten, en ik weet het.

En met een jaarlijks terugkerend gebaar,

Neem ik afscheid van jou, niet langer mét,

Maar zonder, jouw beschermende warmte.

Toegedekt in een vuilniszak heb jij je rust verdiend,

Met wat andere wintermaatjes aan je zij.

Jij, mijn dikke, grote, donzen vriend,

Echt, het is tijd, het is immers al bijna mei.

De berging roept.

De kapstok staart mij ledig aan,

Enkel wat luchtig katoen vult jouw plek.

Eenmaal buiten blijf ik even staan,

Zonder jou, met blote armen, verrek.

Vol verlangen zet ik koers.

Richting een rijk gevuld terras,

De dag is vervuld van licht.

Genietend zit ik, zonder jou, mijn lieve winterjas,

De nacht nog lang niet in het zicht.

En ik verwelkom de lente.

(schrijfopdracht schrijfcursus april 2010)

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares