Bij de kassa

Ik leg mijn boodschappen neer en kijk het meisje achter de kassa in haar ogen aan. Contact momentje. Hi, zeg ik, hoe is het met je? Goed, zegt zeg, en met u? Met mij gaat het ook goed, zeg ik. Ik merk dat ik het hier niet bij wil laten en voor ik het door heb, praat ik verder. Ik heb net heel gezellig geluncht met mijn vader en mijn zusjes. Wat leuk, zegt ze. Ja, we doen dit al met mijn moeder, vervolg ik, regelmatig samen lunchen, en toen had mijn vader gezegd dat hij stiekem een beetje jaloers werd. Hij wilde ook graag met ons lunchen, dus vandaar. Nou, fijn dat dat nog kan, zegt ze. Stilte. Moet jij al een van je ouders missen, vraag ik. Ja, zegt ze, mijn ouders zijn niet meer allebei in leven, dus vandaar. Ik begrijp het, zeg ik, ik waardeer het ook enorm, dat ze er nog zijn. Ik pak mijn boodschappen en neem afscheid.
Tijdens de lunch met mijn vader hebben we het gehad over zijn vrienden, waarvan de een na de ander overlijdt. Zo ook deze week is er weer een goeie vriend overleden. Op zijn leeftijd is er veel dood om je heen. Geniet dus maar extra van me, zegt hij. Dat doen we zeker, volgende week gaan we weer lunchen, toch? Dergelijke gesprekken maken het leven weer zo simpel en in het moment. Ben ik emotioneel dat ook mijn ouders er op een dag niet meer zijn? Nee, dat is het niet, want ze zijn er nu nog. Het is meer het besef dat de dood bij het leven hoort en dat ik daar niets over te zeggen heb. Het is dat stukje overgave en acceptatie, dat het leven zich precies ontvouwt zoals het nodig is. Ik kijk naar mijn vader en geniet. Wat een mooi mens ben je toch. Als ik iedereen echt ontmoet, dan is het dat wat ik zie: alleen maar geweldige, mooie en liefdevolle mensen.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares