Crematie

We lopen met z’n drietjes in de bosrijke omgeving van Zutphen, op weg naar crematorium de Omarming. De zon schijnt volop, er ligt een wit laagje bevriezing op de grond en het is muisstil. Waarom liggen die crematoria altijd zo verstopt, vragen we ons af. Waarschijnlijk omdat we met de dood ook nog verstoppertje spelen. We worden ietwat melig, mijn zus en ik. Ik word altijd een beetje baldadig van crematoria zeg ik tegen haar. Ik ook, zegt ze. Alsof je niet helemaal jezelf mag zijn, terwijl er nergens een bordje hangt dat dit niet mag. Maar toch, het gevoel blijft, als een vogeltje in een kooitje, wat veel liever wil spelen. Het is er druk, en we moeten wachten totdat we naar binnen mogen. Ik zie hier en daar wat bekende gezichten. Als de deuren opengaan, zijn alle stoelen vrijwel direct bezet. Ik ga met mijn zusjes en ouders aan de zijkant staan. Had ik nu maar mijn nieuwe sloffen van de Sint aan, bedenk ik mij. Ik sta naast mijn vader, die een dierbaar maatje verloren heeft. Hoe vaak zijn we eigenlijk met z’n vijfjes bij elkaar, niet vaak. Dat is het grote cadeau van de dood, het verbindt en brengt mensen samen. Ik zie mensen die ik jaren niet gezien heb, maar die ik wel al mijn hele leven ken. Er wordt gespeecht, er wordt gedeeld, en we luisteren naar muziek. Door de woorden die gesproken worden, krijg ik een intiem beeld van een man die voor velen zoveel betekent heeft. Op mijn crematie wil ik niet van die bloemstukken, fluister ik in het oor van mijn zus. Naar het einde toe vraagt mijn lichaam om een zitplaats. Zal ik naar voren lopen of blijf ik staan? Dilemma. Tja, ook tijdens een crematie is het belangrijk om goed voor jezelf te zorgen. Ik sluip naar voren en ga op het laatste vrije plekje op een hoek zitten. Mijn voeten en benen zijn me dankbaar. Als ik naar buiten loop, snuif ik de frisse lucht op. Mijn longen zijn ook weer blij. Na de Omarming rijden we met vrienden van mijn ouders mee richting een restaurant in de buurt. Het is tijd voor een borrel en bitterbal, voor mij een kop thee en amandeltjes. Ik bedenk mij dat er geen crematoria midden in de stad zijn. Kan je ook ergens anders gecremeerd worden, vraag ik aan mijn zus. Vast, zegt ze, je kan tegenwoordig ook overal trouwen. Maar die oven dan, die heb je wel nodig. Ik moet denken aan mijn tijd in India, waar ik meerdere crematies aan de rivier de Ganges heb bijgewoond. Ik lees op een site dat ze ook in Nederland aan het kijken zijn of het mogelijk is om openluchtcrematies te verzorgen. Ik slaak een diepe zucht. Het komt helemaal goed met mijn crematie. Nu maar hopen dat ik in de zomer kom te overlijden, dan kan iedereen gewoon op slippers komen.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares