Dodenherdenking

Ik zit met mijn neefje en nichtje op de bank, ik al in bad geweest, zij nog niet. Ze logeren bij ons een nachtje. Heerlijk huiselijk tafereel, lasagna in de oven. We gaan straks 2 minuten stil zijn, althans, dat gaan zij proberen. Aan wie moet ik denken dan, vraagt L. mij. Aan opa? Opa is niet overleden in de oorlog, maar je mag uiteraard aan hem denken. Tijdens dodenherdenking denken we aan mensen die zijn overleden in de oorlog. Je kan ook aan de papa van omi denken, die is wel in de oorlog overleden. Je kan ook aan alle doden denken, zeg ik dan. Ik bedoel, wat maakt het eigenlijk uit. Hier moest hij even over nadenken. Of, zei ik, je kan ook met veel liefde aan alle mensen die leven denken. Dat kan nooit kwaad, denk ík dan. Ik vraag me af waar iedereen aan denkt tijdens die 2 minuten. Voor veel mensen is het wellicht meer iets dat ‘moet’, dat stil zijn,  dan dat het vanuit een oprechte intentie voortkomt. We staan stil bij de oorlog, en willen dat dit nooit meer gebeurt, terwijl er dagelijks enorm veel kleine en grote oorlogen plaatsvinden. Het is maar net wat je onder oorlog verstaat. Je hebt de ‘onzichtbare’ oorlogen binnenshuis, buitenshuis, tussen twee mensen, tussen groeperingen, tussen religies, tussen voetbalteams, tussen landen, binnen families, op straat, maar bovenal in ons mensen zelf. Want dát is de plek waar elke oorlog zit. Waar elke oorlog zit, en waar dus ook elke oorlog begint.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares