Eigen eten mee

De grote eetzaal in het revalidatiecentrum zit tjokvol als ik de ruimte rondkijk om te zien of ik het witgrijze haar van mijn vader zie. Een aantal van de ouderen kijkt mijn zus en mij met grote ogen aan. “Wie zoekt u”, vraagt een lieve mevrouw. Mijn vader zeg ik, we komen met hem lunchen, maar volgens mij zit hij nog boven.

Even later kiezen we een tafeltje bij het raam uit, waar we knus dicht op elkaar met z’n viertjes gaan zitten. We hebben lekkere forel mee pap, zegt mijn zus en stalt haar eet tas uit op het tafeltje. Ook ik heb forel mee en nog wat andere lunch lekkernijen. Zelfs mijn pot mayonaise is mee. Al snel ligt het tafeltje bezaaid met eten. Mijn vader krijgt een kopje soep van het huis, maar slaat de boterhammen over. Terecht, de forel en verse tonijnsalade smaken nét wat beter.

Net als we de eerste hap in onze mond willen stoppen, komt de manager van het restaurant naar ons tafeltje. “Ik wil een van jullie straks nadat jullie uitgegeten zijn even spreken.” We kijken elkaar aan en voelen nattigheid. We weten meteen waar hij het over wil hebben. Ik ga straks wel even naar hem toe, zeg ik. We genieten van onze lunch en staan stil bij het feit dat mijn vader deze maandag weer naar huis mag. Wat een mijlpaal pap, zeg ik. Hij kijkt vanaf het moment dat hij hier is komen wonen al uit naar deze dag. Hij wil naar huis en dat is niet meer dan logisch.

Nadat we alles hebben opgeruimd, loop ik naar de manager toe. Hij stopt net een kroket in zijn mond. We moeten allebei lachen. Eet maar eerst lekker je kroket op zeg ik, dat is ook belangrijk. Ik stel mezelf voor en zeg dat ik graag hoor wat hij wil zeggen. Hij vertelt dat er vaak mensen hun eigen eten meenemen en dat hij dit begrijpt. Hij vertelt dat er ook klachten over zijn en dat hij het lastig vindt om te bepalen wat wel en wat niet mag. Het is een grijs gebied zegt hij. Als iemand een harinkje meeneemt, prima, dat begrijp ik, want dat serveren wij hier niet. Maar soms nemen familie hele pannen mee en zetten die op tafel. Jullie nemen ook vaker eet mee, zegt hij. Dat klopt, zeg ik, en ik begrijp je helemaal. We hadden van tevoren even met jou mogen afstemmen dat we ons eigen eten hebben meegenomen. Dat hebben we niet gedaan en dat is niet erend naar jou en het andere personeel toe. Ik vertel hem dat mijn zus en ik een bepaald dieet volgen en dat de kans groot is dat we vrijwel niets kunnen eten wat hier klaargemaakt wordt. Oh zegt hij, dat begrijp ik, goed dat je dit nog even zegt, dat maakt het voor mij duidelijker. Daarbij willen we mijn vader een beetje spekken zeg ik, want hij is tien kilo afgevallen. Hij begint te lachen en knikt. Ook dat begrijpt hij.

We begrijpen elkaar.

Ik bedank hem voor al zijn goede zorgen en vertel dat dit de laatste keer zal zijn dat wij hier eten. Hij begint te lachen. Nou, je hoeft niet meteen nooit meer te komen hoor! Ik loop terug naar ons tafeltje en voel waardering voor het gesprek. Het is een reflectie voor mij in hoe belangrijk het is om af te stemmen en dingen uit te spreken. In die afstemming is er ruimte voor begrip, waardering en respect.

We rijden mijn vader terug naar zijn kamer en halen alle kaarten van de kast en de muur. Het is tijd om naar huis te gaan, tijd voor een nieuwe fase.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares