Enkele reis Mars

We staan in de file, met de ramen open, de zon die schijnt en de radio die aan staat met Olympisch nieuws. Het gaat over de traithlon en dat je die nu ook van drie dagen hebt. Waarom zou je dat drie dagen willen doen vraag ik me hardop af,  drie dagen extreem hard sporten, daar vraagt je lichaam toch niet om? Zoveel vragen, elke dag weer, die ik kan en blijf stellen. Vragen bij dingen die voor mij niet logisch zijn. Het is heel onwennig voor je benen om na het fietsen meteen te rennen. Dat begrijp ik, zeg ik, daar zijn onze benen ook niet voor gemaakt. We hebben het erover dat we als mensen steeds meer willen, extremer, altijd maar in de overtreffende trap. Het gesprek komt uit op Mars. Het is straks mogelijk om een enkele reis naar Mars te boeken, wist je dat? Nee, dat wist ik niet, waarom zou je dat willen?  Er zijn al duizenden mensen die zich hebben aangemeld. Dat verbaast me niets, denk ik, een happy few die het geld hebben om een dergelijke reis te kunnen maken. Ik zou niet eens een retour willen, zeg ik. Maar waarom naar Mars gaan, vraag ik, terwijl het hier op aarde zo’n puinhoop is. Een puinhoop die we met elkaar hebben gecreëerd. Voor mij is een enkele reis naar Mars niet meer dan een vlucht en het ontlopen van je verantwoordelijkheid. Wat is de toegevoegde waarde om op Mars te gaan wonen? Arme Mars, denk ik, daar gaat weer een planeet die om zeep wordt geholpen door het menselijke ras. Een ras dat zoveel intelligentie, kennis, informatie en wijsheid ter beschikking heeft, maar voor wie het niet lukt om in harmonie en in welzijn naast elkaar op aarde te wonen. Het gevoel bekruipt mij de laatste tijd steeds meer dat we als mensen in de opgeef modus zitten. Een verloren gevoel, dat we door een steeds extremere vorm van afleiding proberen te ontwijken. We tasten in het duister en we weten niet meer waar het lichtknopje zit. Ik vraag me af wat al die duizenden mensen hopen te vinden op Mars. Ik kan me voorstellen dat je verlangt dat het daar beter is. Beter, mooier, veiliger en harmonieuzer. Dat daar wel contact en intimiteit is, zonder oorlog, haat en nijd. Zonder al die ellende en mistoestanden die we hier hebben. En dat je daar wél weet waar het lichtknopje zit. Ik blijf hier, zeg ik, en ik blijf terugkomen. We hebben het hier met elkaar uit te zoeken, en niet op Mars. En trouwens, die mensen die naar Mars gaan komen ook gewoon weer terug hoor. Hoezo? Het is toch een enkele reis? Weet ik, zeg ik, maar die gaan ook gewoon op een dag dood, en dan komen ze gewoon weer terug naar de aarde. We kunnen vluchten wat we willen, maar we hebben het hier op aarde met elkaar uit te zoeken. Enkele reis of niet. Net zolang tot we weten én leven dat het lichtknopje niet op Mars zit, maar heel dichtbij huis, ons eigen huis. En dat we zelf verantwoordelijk zijn om het aan te zetten. Niet alleen voor ons, maar voor al die generaties ná ons.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares