Gezellig

Hoe vaak zouden wij als Nederlanders het woord ‘gezellig’ gebruiken? In ieder geval elke dag, toch? Of nog erger, ‘gezellie’, want alles heeft een afkorting nodig. Als iets gezellig is, heeft naar mijn mening vrijwel altijd te maken met óf eten, óf drinken, óf beide, en uiteraard het gezelschap. Een wijntje erbij is gezellig, samen eten is gezellig, een koekje bij de koffie is gezellig, taart op een verjaardag is gezellig (en hoort erbij), feestjes, borrels, bbq’s en diners, allemaal gezellig. Komen jullie eten? Ja, gezellig. Wijntje erbij? Ja, gezellig. Hoe was het feestje? Onwijs gezellig. Stuk taart? Ja, doe maar, is wel zo gezellig. Ga je al weg, nee toch, blijf nog even gezellig. Wonderlijk eigenlijk. Iemand die een vegetarische groenteschrijf op de bbq legt, is veelal ongezellig. Mag ik een appelsap? Heh, doe niet zo ongezellig. Neem je geen wijn? Samen eten en samen alcohol drinken heeft in dit land een hoog gezelligheidsfactor. The G-factor zeg maar. Kopje thee in een kroeg bestellen, forget it, daarmee kom je niet naar de volgende ronde. Hoe ging het bij de tandarts? Ja, was gezellig. Nee, dat zeg je niet. Wanneer heeft iets nu eigenlijk de G-factor? Mmm, ik voel een tv format opkomen….

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares