Gunnen

Ik hoorde deze week een inspirerende anekdote over ‘gunnen’, die ik graag met jullie deel. Het is een waargebeurd verhaal van een cabaretier, die ergens in een theater in Nederland voor een zaal met 1000 stoelen stond, waarvan er maar 300 bezet waren. Zo vanaf het podium voelde de zaal wat verlaten aan, maar hier had hij een mooie oplossing voor. Vlak na de start van zijn voorstelling stelde hij zijn publiek voor om allemaal knus vooraan te komen zitten. Zo gezegd, zo gedaan. Een groot deel van zijn trouwe fans die eigenlijk vierde rang kaarten hadden gekocht, zaten ineens op een eerste rang stoel. Mooi toch, zou je denken. Maar niets was minder waar. De volgende dag stond de telefoon bij zijn impresariaat roodgloeiend. Mensen met een betaalde eerste rang kaart belden om te klagen dat het niet eerlijk was dat zij de volle mep hadden betaald, terwijl hun buurman of buurvrouw dit niet had gedaan. De cabaretier had na het vertellen van deze anekdote aan zijn publiek gevraagd of we elkaar nog wel iets gunnen? Mooie en eerlijke vraag, zeker zo rond deze tijd, waarbij het einde van het jaar in zicht is. Een tijd waarin zowel binnen als buiten de verlichting overuren draait en velen van ons straks onder de kerstboom samenkomen. Gunnen we elkaar niet alleen de eerste rang, maar ook om voluit ons licht te laten stralen? Voor mij is deze anekdote een reflectie van onze maatschappij, en hoe we met elkaar leven en omgaan. Gunnen we een ander, wie dan ook, de eerste rang in het leven of zijn we voornamelijk op onze eigen rang gericht?  We zijn als mensen geneigd om continu vanuit vergelijking te leven,  voortkomend vanuit een gevoel van niet goed genoeg zijn of hebben. We willen liever niet dat onze buurman een grotere kerstboom heeft dan wij. En die kerstboom kan van alles zijn. Vergelijking en afgunst (het niet gunnen) zit in de meest kleinste details, waar we ons soms niet van bewust zijn. Het begint eigenlijk al als we klein zijn, tussen zusjes en broertjes. Als zusje net wat meer frietjes op haar bord heeft, begint broertje te klagen: hij wil net zoveel friet, en als het even kan wat meer. Of het nu offline of online is, of dat iemand iets meer heeft of is in jouw ogen, we kijken regelmatig naar een ander vanuit vergelijking. Met als gevolg dat we ons beter of minder voelen. Kunnen we oprecht blij zijn voor een ander, als die enorm is afgevallen, er geweldig uitziet, salarisverhoging heeft gekregen, een andere functie krijgt, een nieuwe partner heeft, een kind krijgt,  een nieuwe jurk aan heeft, succesvol is, stralend door het leven gaat, goed voor zichzelf zorgt, een hoog cijfer heeft gehaald, in de schijnwerpers staat, veel likes krijgt, ergens heel goed in is, op het podium staat of een bepaald talent heeft. Ook al denken we dat we niet of nauwelijks vergelijken, we doen het dagelijks. Heel subtiel, maar daardoor niet minder qua impact. Ik vergelijk ook, heel regelmatig, en ik weet dat dit voort komt uit een gevoel van niet goed genoeg zijn. Als ik mezelf niet volledig omarm in wie ik ben en wat ik breng, blijf ik vergelijken. Een ander gunnen wie hij is en wat hij heeft, is volledig JA zeggen tegen jezelf. Grote kans dat de mensen die met korting op de eerste rij mochten zitten, veel meer van de voorstelling hebben genoten dan de mensen die de volgende dag hebben geklaagd. Want dat is wat afgunst doet: het is niet alleen een aanslag op de ander, maar voornamelijk op jezelf.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares