Hockey

James zit sinds deze week weer op hockey. Hij zoekt het meteen hogerop, want hij is gevraagd voor heren 1 IJburg. Toe maar, zeg ik. Hij legt me uit dat er maar één heren elftal is, het andere team zijn de veteranen. Op woensdag wordt er getraind en op zondag gespeeld. Heb je wel bescherming voor je gebit? De moeder in mij komt naar boven. Kom je nog kijken vanmiddag, appt James mij vanmorgen. Tuurlijk kom ik even kijken naar de eerste vriendschappelijke wedstrijd. Ik kom wel in het oranje, app ik terug. Ik loop wat onwennig het enige hockeyveld van hockeyclub IJburg op en ga op een bankje zitten. Ik zwaai naar James en kijk vol bewondering naar zijn shirt. Lekker shirtje, roep ik. James draagt een iets te klein wit shirt, waar zijn verfijnde lichaam prachtig in uitkomt. Ik maak een kletsje met een andere vrouw en we wisselen kaartjes uit. Dan wordt er gefloten en is de wedstrijd afgelopen. 22 mannen met rode hoofden en bezwete lichamen nestelen zich in de dugout. Kom je volgende week ook, vraagt een teamgenoot, dan begint de échte competitie. Dan trek ik wel mijn oranje jurk aan, roep ik terug. Of ik trots ben op James, vraagt mijn buurman, omdat James gescoord heeft. Uhm, nee zeg ik, ik heb eigenlijk niets met hockey. Daarbij is het funest voor je lichaam, de rug is niet gemaakt om zo voorover te staan. Morgen heb ik spierpijn, zegt James. Dat denk ik ook. Gelukkig hebben ze gelijk gespeeld. Ach, het gaat toch ook niet om het winnen, zeg ik nog tegen een van de mannen. Hij kijkt me verbaasd aan. Het zijn net kinderen, mannen van in de veertig.

 

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares