Intelligentie

Als ik terugdenk aan mijn schooltijd, zowel lagere als middelbare, en mijn studiejaren daarna, dan denk ik niet aan wat ik geleerd heb, weet ik niet meer welke cijfers ik gehaald heb of hoe het ook alweer ging met die lastige wiskunde som. Als ik terugdenk aan die tijd, dan denk ik aan de mensen, het contact, de ontmoetingen en uiteraard de worstelingen en opvallende momenten, die ik gedurende die jaren gehad heb. Ik denk terug aan meneer Jenny, die mij jarenlang als meester het gevoel heeft gegeven dat ik het wél kan, en dat ik vertrouwen mag hebben in mezelf. Ook moet ik denken aan mijn vriendinnen, het speelplein, hoe zwaar mijn rugzak was, boeken kaften, mijn eerste ongesteldheid in de wc, broodje kroket in de kantine, dat ik het altijd zo goed wilde doen, de lol in de klas, pestgedrag, mijn agenda’s, dat ik me eenzaam voelde, mijn gym t-shirt, koffie drinken in de pauze en tot laat studeren. Ik denk dus eigenlijk nooit aan de kennis die ik heb opgedaan van alle boeken die ik moest lezen, het huiswerk dat ik moest maken, de rijtjes die ik uit mijn hoofd moest leren of de tentamens die ik gemaakt heb. Best interessant, want waar gaat het dan eigenlijk om in die tijd, de tijd dat we opgroeien en klaargestoomd worden voor de grote wereld? Terwijl de focus tijdens school- en studietijd vrijwel volledig op ons hoofd ligt, wat we moeten kunnen en presteren, en de voldoendes die we moeten halen, krijgt ons lichaam en wie we zijn vrijwel geen aandacht. We meten en waarderen intelligentie aan weten, herinneren, hoeveel boeken we gelezen hebben, wat we kunnen herhalen en wat we overgedragen hebben gekregen van anderen. Maar is dat niet een beperkte en begrensde vorm van intelligentie? Stel iemand heeft drie studies gedaan, is gepromoveerd, en geeft lezingen en schrijft boeken. We zijn geneigd deze persoon als intelligent te bestempelen. Maar als diezelfde persoon slecht slaapt, tien koffies per dag drinkt, het lastig vindt om zichzelf te waarderen en nooit lunchpauzes neemt, waar is deze intelligentie dan op gebaseerd? Iemand kan een wetenschapper of professor zijn, maar wat als hij zijn eigen welzijn negeert? We hebben momenteel meer chronische klachten en ziektes dan ooit, en dit neemt alleen maar toe. Ik kom er steeds meer achter dat intelligentie niets te maken heeft met wat ons brein weet en zich kan herinneren, maar met een manier van leven, waarbij ons lichaam de focus heeft. Met onze zogenaamde intelligentie zijn we heel ver gekomen, absoluut, en zijn er uitvindingen gedaan die we hard nodig hebben. Maar als vandaag enkel en alleen ons lichaam het woord krijgt, en er naar die allesomvattende intelligentie die daarin verscholen ligt geluisterd wordt, hoe gaat het dan met ons? We kunnen mentaal nog zoveel weten, maar als we in essentie niet weten wie we zijn en dat ons lichaam alwetend is, blijven we in de illusie van ons brein leven. En betaalt ons lichaam de rekening.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares