Ochtendwandeling

Het is nog wat grijs buiten, als ik samen met vriendin J (10) door een buitenwijk van Utrecht loop. We maken een ochtendwandeling. Waar wil je naartoe, vraagt ze. Maakt mij niet uit, zeg ik, ik ken het hier niet, dus jij mag het zeggen. Ik hoef eigenlijk nergens naartoe, maar gewoon samen wandelen met jou. Als we door de straat lopen, stel ik voor om onszelf en elkaar te waarderen. Dat is goed, zegt J. Begin jij, vraag ik. Ook dat is goed, en ze vertelt zonder aarzeling en vol openheid wat ze aan zichzelf waardeert. Alles wat ze zegt, herken ik en benadruk ik. We lopen door een buurt met wat grotere huizen en ze vertelt dat ze waardeert dat ze zichzelf waardeert terwijl we op straat lopen. Iedereen kan me horen, zegt ze, terwijl we net langs een man lopen die iets uit zijn schuur pakt. Ja, misschien wel, zeg ik, alhoewel er nog niet veel mensen op straat zijn. Maar misschien is dat juist wel mooi, want dat inspireert anderen weer om zichzelf ook te waarderen. Misschien horen ze ons niet, maar is het wel voelbaar. Vervolgens ben ik aan de beurt en daarna vertel ik in geuren en kleuren wat ik aan haar waardeer. We zijn even stil, bepalen of we naar links of rechts zullen gaan, en lopen weer verder. J. vertelt dat ze haar voeten voelt. Dat heb ik van mama geleerd. Ja, dat is een goeie manier om echt in je lichaam te blijven, zeg ik. Ik let daar ook op, want voordat je het weet, heb je alweer allemaal gedachtes. Ze vertelt dat ze zich verheugt op de leuke dagen die gaan komen, met logeerpartijtjes en beste vriendinnen. Maar vandaag is ook leuk, zegt ze. Vandaag is zeker leuk, zeg ik, eigenlijk vind ik elke dag leuk. We lopen weer de straat in en bij thuiskomst pak ik mijn koffertje en spelen we nog een potje kwartet. In de trein terug naar huis voel ik me kwetsbaar en vervuld. Mijn 24 uur met dit dierbare gezin heeft me enorm goed gedaan. Ik vind het heerlijk om alleen te wonen, zeg ik tegen vriendin D, als we met z’n vijven in de badkamer staan. Twee volwassenen, en drie meiden. Maar ik kan hier zó van genieten, zeg ik. Samen in bad, samen koken, samen eten en gewoon samen zijn. Dat is wat ik voel, als ik in de trein terug zit. Dat ik niet zelf een gezin hoef te hebben, om te voelen hoe dat is. Ik mag mee genieten met anderen. Heerlijk idee dat ik niet alles zelf hoef te hebben, te kunnen of te zijn. Wat ik niet heb, heeft iemand anders, wat ik niet goed kan, kan iemand anders, en wat ik (nog) niet ben, is iemand anders. Het leven geeft ons in elk moment precies wat we nodig hebben. Het is aan ons om dat, elke dag weer, te omarmen en te waarderen.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares