Sint Maarten

Het is vanavond Sint Maarten, vertelde James mij gisterochtend, dus gordijnen dicht en bel eruit. Oh is dat zo, zei ik, dat is toch met al dat snoep? Vorig jaar was ik er niet en was James overvallen door hordes kinderen aan de deur. Hij had alleen bananen in huis en tja, daar zingen kinderen uiteraard geen liedje voor. Ons hofje zag zwart van de kinderen en hij is toen in het donker met de bel eruit op de bank gaan zitten, totdat het over was. We begrijpen beide niets van dit festijn, en niet alleen omdat we zelf geen kinderen hebben (en James stellig roept dat hij atheïst is). Ik ga googelen, omdat ik meer wil weten over de achtergrond van dit feest. Kinderen gaan langs de huizen, zo lees ik, om de mensen licht en vrolijkheid te brengen, met een lampion in hun hand. Dat kinderen van nature licht en vrolijkheid brengen, dat is mij helemaal duidelijk. Ze brengen het niet alleen, dat is wie ze zijn. Ik vraag me alleen af, of dit ook de ware intentie is dat ze langs de huizen gaan. Wat wordt er op scholen verteld, vraag ik mij af. Ik krijg de indruk dat het voor kinderen voornamelijk gaat om zoveel mogelijk snoep op te halen. Terwijl ik gisteravond rustig sta te koken, hoor ik een groepje kinderen rond ons huis lopen. Ze zijn blijkbaar teleurgesteld dat het bij ons donker is en dat er geen bel overgaat. Er wordt hard gebonkt op onze deur en ook nog op ons raam. Dit voelt alles behalve licht en vrolijk. Volgend jaar ga ik tandenborstels uitdelen, zeg ik tegen James, terwijl we met kaarsjes aan boven zitten te eten. We kunnen ook een briefje op de voordeur hangen, opper ik nog. Wat voor briefje, vraagt James. “Wij vinden jullie geweldig, maar geven jullie geen snoep”. Terwijl ik dit schrijf, bedenk ik mij dat het nog eerlijker zou zijn om te schrijven: “Wij vinden jullie geweldig EN daarom geven wij jullie geen snoep”.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares