Snacken

Wat is dat toch met eten, zei ik gisteren tijdens de lunch tegen mijn collega’s, en die continue behoefte om iets te willen snacken. Ik had het over mezelf, maar ik weet dat ik niet de enige ben. Je bent namelijk nooit de enige met iets. Dat blijkt ook wel, want de Parool opent vandaag op de voorpagina met de headline ‘Hoe de stad ons dik maakt’, omdat er overal ongezond eten is. Kortom, we kunnen, als we willen, continu snacken. Het vraagt veel wilskracht om alle verleidingen het hoofd te bieden, zo lees ik. Tell me about it. Voor mij zijn het niet zozeer de verleidingen op het CS of op straat, daar kan ik prima langslopen. Maar ik creëer mijn eigen verleiding door eten te kopen dat lonkend in mijn keukenkastje of in mijn tas om mijn aandacht vraagt. Al bijna twee weken let ik op mijn snackgedrag en ben ik aan het consuminderen. Ben ik te dik? Nee, ik ben niet te dik. Voel ik me ongezond en futloos? Nee, ik voel me ook niet ongezond en futloos. Het gaat voor mij om iets anders. De momenten dat ik wil snacken, zijn momenten dat ik niet wil voelen. Het zijn momenten van ongemak, het zijn momenten dat ik ergens geen verantwoordelijkheid voor wil nemen, het zijn momenten dat ik me groots en geweldig voel en mezelf naar beneden wil halen, en het zijn momenten dat ik eigenlijk iets had willen zeggen, maar het niet gedaan heb. Het zijn momenten dat ik niet met mezelf wil zijn en met wat er is, denkende dat het eten me iets gaat geven. Het zijn momenten dat ik het lastig vind om te zien en voelen hoe het met andere mensen gaat en het zijn momenten dat ik mijn eigen licht wil overschaduwen. Maar het zijn voornamelijk momenten dat ik mijn eigen power niet wil omarmen, een power die groot is als ik gewoon aanwezig ben, in het moment. Het boeiende is, of we nu chocola, ijs, drop, mandarijnen, mueslirepen, chips of nootjes snacken, het komt allemaal op hetzelfde neer. Het idee dat ik ‘gezond’ bezig ben omdat ik iets groens of volkoren snack, is mezelf voor de gek houden. Soms voor ik er erg in heb, zit er tijdens een verjaardag een borrelhapje (of drie) in mijn mond (weliswaar ‘gezond’, maar toch), zit ik met mijn vinger in de pot pindakaas bij een vriendin, smeer ik een maiscracker met hummus, gaat mijn hand in mijn tas op zoek naar mijn bakje met nootjes of graai ik in mijn keukenkastje naar ‘iets lekkers,’ omdat ik na het eten nog honger denk te hebben. Onder het mom van ‘ik heb heel vroeg gegeten, ik mag nog wel iets’. Vaak wil ik ook niet dat andere mensen weten dat ik snack, dus zit er ook nog iets stiekems in mijn snackgedrag. ‘De stad Amsterdam is tot één groot eetparadijs verworden en wie van het Centraal Station over het Damrak naar de Dam loopt, komt onderweg al meer dan 80 eetgelegenheden tegen’. Mooi dat hier steeds meer aandacht voor is en nog meer komt, want het is een veel groter probleem dan we ons nu nog beseffen. Los van het feit dat ons eetgedrag veel gezondheidsproblemen tot gevolg heeft en dit de staat enorm veel geld kost, is er ook iets anders gaande. Het lijkt wel of we massaal iets aan het weg eten zijn, mezelf inclusief. En dat gaat voorbij overgewicht hebben of niet of gezond of ongezond bezig zijn.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares