Soef

Jeetje, zijn al die honden van jou? Ik zie een jongen staan bij een hek, naast de Lidl in de Pijp, en rondom hem staan zeven honden aangelijnd. Nee hoor, en hij begint te lachen, ik heb een uitlaatservice en we hebben net gewandeld. Wat leuk, zeg ik, ik ben gek op honden, heb je er altijd zoveel? Hij vertelt dat hij 21 honden per week uitlaat (waar kan ik solliciteren?!), dat hij drie uitlaatservices heeft en ook hondentrainingen geeft. Maar eigenlijk train ik niet de honden, maar de eigenaren. Ja, dat begrijp ik, want het gedrag van een hond is een grote reflectie voor de bezitter van de hond. Klopt, veel eigenaren praten bijvoorbeeld teveel tegen hun honden. Ik vertel dat ik mij daarin herken, van toen ik op de honden in Brabant paste. Ik praat de hele dag door tegen ze, heel moederlijk, wat is dat toch, vraag ik? Hij vertelt over zijn trainingen en dat hij eigenlijk de Nederlandse hondenfluisteraar is. Echt waar, zeg ik, dus jij kan met honden praten? Hij vertelt over zijn goeroe uit Mexico, van wie hij alles geleerd heeft en dat ik die maar eens moet googelen. Waar let je dan op, vraag ik. Nou, ik lees de honden, ik let op z’n staart, oren, nek en neus. Kijk, deze hond, en hij wijst naar een zwarte soort bulldog, zijn baasje heeft heel lang kanker gehad. En dat kon jij aan de hond merken, vraag ik. Absoluut, zegt hij, en nu haar baasje weer beter is, leer ik de hond hiermee om te gaan. Ze wordt eigenlijk opnieuw opgevoed. Je moet over een paar maanden maar naar de VPRO kijken, zegt hij, er wordt een documentaire over mij gemaakt. De insteek was eerst ‘die Marokkaanse jongen die met honden werkt’, maar dat is nu veranderd. Wat doet het er toe, vraag ik hem, of je Marokkaans, Chinees of wat dan ook bent, daar gaat het toch niet om? Precies, zegt hij, dat vond ik ook, dus nu is de insteek anders, nu gaat het over de Nederlandse hondenfluisteraar. Er komt een baasje van een van de honden aangelopen en alle zeven honden worden wild. Kom anders een keer langs, zegt hij, ik ben elke middag in het park, iedereen kent me. Dat doe ik zeker, zeg ik, hoe heet je? Zeg maar Soef, zo noemt iedereen mij. Ok, Soef zeg ik, ik ben hier net komen wonen en ik kom zeker een keer langs. Ik houd enorm veel van honden. Het zijn net mensen, zeg ik, ook een ziel. We kijken elkaar begrijpend aan en ik loop verder.

(Deel 2 Mensen van Amsterdam)

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares