To sport or not to sport…that’s the question

Ik heb wat spierpijn van het voetballen, oppert James gisteren met ietswat schaamte in zijn stem. Even voor de duidelijkheid, James zit niet OP voetballen, hij heeft zondag wat gevoetbald met mijn nichtjes en neefjes in Hattem. Ik heb niet gevoetbald, maar wel mee gedaan met buskruit (balletje trap…) en ik moet eerlijk toegeven, ik voel mijn dijen héél licht. James en ik moeten beide nogal lachen om ons volstrekt a-sportieve staat van zijn. Ik merkte zondag na drie keer behoorlijk hard rennen (voor mijn doen, ik ren eigenlijk nooit) om mezelf buutvrij te krijgen (kansloos), dat mijn lichaam behoefte had om te gaan zitten. Terwijl ik tijdens het potje buskruit verstopt stond achter een groot uitgevallen struik, kwam de volgende vraag in mij op: zijn wij mensen eigenlijk wel gemaakt om te rennen? Deze vraag stelde ik in bad, aan James, en we kregen een zeer leuk gesprek. James en ik doen beide op het moment niets aan sport, lees: we zitten niet óp een sport, gaan niet naar de sportschool en we zijn ook niet gegrepen door de ‘hardloop-koorts’. De oermensen renden toch ook vroeger, tijdens het jagen, zegt James. Hoezo, zeg ik, je kan toch gewoon achter een struik gaan zitten en vanuit daar een hert doodschieten, je hoeft er echt niet achter aan te rennen. Mmm, daar heb ik dan weer gelijk in. En daarbij, een leeuw rent toch ook alleen als er een levensbedreigende situatie is óf als hij honger heeft. Nou, zegt James, dan moeten we vanaf nu maar naar de Appie rennen voor ons eten (die levensbedreigende situatie kunnen we ons wat lastiger voorstellen). Tja, onze Albert Heyn zit op 100 meter afstand dus dat schiet ook niet écht op. Nee, ik denk niet dat mensen gemaakt zijn om te rennen (sorry joggers). Dus to sport or not to sport…..dat blijft de vraag. En wat voor sport dan…? En met welke intentie, want waarom gaan mensen eigenlijk naar de sportschool? Ik ging vroeger heel vaak, ik was behoorlijk fanatiek en natuurlijk deed ik dat omdat het ‘gezond’ is en ik graag fit wilde blijven. Daarbij ben ik bang voor de bal, welke bal dan ook, dus veel teamsporten vallen dan af. Maar ik ging óók naar de sportschool omdat ik vond dat mijn lichaam er op een bepaalde manier uit moest zien en omdat ik aan een bepaald beeld wilde (blijven) voldoen. Ik vond dat ik er strak uit moest zien en ik wilde een platte gespierde buik houden. Kortom, mijn lichaam was nooit goed en mooi genoeg. Ik kan nu wel zeggen dat ik zeer weinig liefdevolle aandacht en acceptatie voor mijn lichaam had. Het moeten sporten zit heel diep geworteld in ons DNA en is een overtuiging die behoorlijk hardnekkig is. Ik merk nu sinds een tijdje dat ik graag wandel en dat mijn lichaam graag wat stretch-oefeningen doet. Verder dan dit kom ik momenteel niet en dat hoeft ook niet. En soms komt die gedachte weer op: ooh, moet ik niet meer sporten en zou ik niet zus of zou ik niet zo……Tja, gelukkig komt het maar heel zelden voor dat ik word gevraagd om buskruit te spelen…..

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares