Vakantie

Ik heb vakantie, vandaag officieel mijn eerste dag. Voor de vierde keer passen James en ik op een huis, een zwembad en honden in Brabant. Maar wat betekent dit eigenlijk, vakantie hebben. Boeiend dat het werkwoord hebben en vakantie hand in hand gaan, want wat is het dat we dan ‘hebben’? Er hangt veel om vakantie, en dan heb ik het over overtuigingen, hoe het hoort, wat er dan mag of juist moet. Het lijkt alsof vakantie ons een vrijbrief geeft om even los te laten, adem te halen en onze voet van een imaginaire rem te halen. Met vakantie geven we onszelf permissie  dat niets moet, alles mag en dat het grote genieten kan beginnen. We verplaatsen onszelf naar een andere plek, een vakantieplek, en we glijden in een vakantie modus waar we veel verwachtingen op plakken. Tijdens mijn wandeling met de honden vanmorgen realiseerde ik dat mijn lichaam geen besef van vakantie heeft. Het concept vakantie hebben we met elkaar bedacht, in ons hoofd, vanuit een behoefte om te ontspannen, even niets te hoeven en te doen, en om te ontglippen uit ons dagelijkse leven. Maar het leuke is, of mijn lichaam nou in Brabant is of thuis op IJburg, het vraagt om dezelfde aandacht, liefde en zorg, ongeacht waar ik ben. Voor mijn lichaam is er geen verschil.  Ook in Brabant vertelt het mij dingen, continu. Het wordt vroeg wakker, ook al viel het gisteren laat in slaap, het wordt rond 20:30 moe, het heeft behoefte aan momentjes met zichzelf, en het vertelt mij duidelijk wat het nodig heeft aan eten, drinken, beweging, ritme, verkoeling, aanraking, het soort ademhaling, verzorging, en ga zo maar door. Voor mijn lichaam verandert er eigenlijk niets, en dat is het wonderlijke. Mijn lichaam leeft en communiceert altijd vanuit waarheid, in elk moment, vakantie of geen vakantie. Dus wie heeft er eigenlijk vakantie?

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares