Vertrouwen

Vertrouwen wordt altijd genoemd in relatie met het werkwoord ‘hebben’, wat voor mij impliceert dat het iets is wat je dus buiten jezelf kan krijgen. Je hebt vertrouwen of je hebt geen vertrouwen, en in het laatste geval ga je dus op zoek (of wellicht iets doen) om weer vertrouwen te krijgen. Op momenten dat we ons onzeker voelen of nerveus, dan zeggen we tegen onszelf dat we vooral vertrouwen moeten hebben, in onszelf, in een bepaalde situatie of in het leven. Ik weet uit eigen ervaring dat ik soms naar een bepaald iemand toe ga omdat die mij een gevoel van vertrouwen kan geven, althans, zo voelt dat. Maar is dat wel zo….? Stel nou dat vertrouwen niet iets is om te hebben (en daarmee zeggende dat je het ook op momenten niet kan hebben) maar dat het te maken heeft met ons ‘zijn’? Dan gaat het niet langer om vertrouwen hebben maar dat we vertrouwen zijn. Als ik mezelf ben, vol-uit, en helemaal aanwezig ben (in mijn lijf), wie heeft het dan nog over vertrouwen? In dat moment verdwijnt vertrouwen, en gaat het eigenlijk alleen nog maar over ‘being present’. Ik weet dan precies wat ik moet zeggen, wat ik moet doen of wat de volgende stap is. Waarom? Omdat ik er volledig bij ben. Een gemis aan vertrouwen ontstaat als we niet bij en met onszelf zijn. Dus elke keer als er zich een moment van onzekerheid aandient, weet ik dat het niets met wel of geen vertrouwen te maken heeft, maar dat ik in dat moment niet aanwezig ben (en dat ik dus met mijn gedachtes ergens anders ben).

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares