Vuurwerk

Ik zit met TED collega L. op een bankje bij de voordeur van het grote pand waar we zojuist een afspraak hebben gehad. Het regent pijpenstelen. Ik ben in de illlusie dat het wellicht zo stopt, dus we gaan nog even zitten. Hoe was Sail Amsterdam, vraagt ze. Het event zelf, zeg ik, vind ik vreselijk, maar het werken was prima. En ik heb lekker geld verdiend. Ze vraagt of ik iets met boten heb. Nee, zeg ik, helemaal niets. Voor mij is Sail één groot drankfestijn. Tja, je hebt natuurlijk ook niets met drinken, zegt ze. Nee, zeg ik. Maar het vuurwerk was wel mooi, toch, en met niet al teveel geluid. Weet je, zeg ik, ik heb ook eigenlijk niets met vuurwerk. Het is even stil, terwijl we naast elkaar op het bankje zitten. Waar loop jij zeg maar wel warm voor, vraagt ze. Dít zeg ik, en ik kijk haar aan, wijs naar haar en naar mij. Mensen en contact, zeg ik. Ik kijk naar de voordeur en zie een doorweekte man met een sleutel stoeien. Ik loop naar de voordeur en maak de deur open. Tja, ik ga jou zo niet buiten laten staan, zeg ik, en wat een geweldig pak heb je aan. De man staat met een grote grijns drijfnat in de gang, in een zwart modern regenpak. Wat een weer heh, zeg ik, maar gelukkig heb jij zo’n pak aan, je ziet er smashing uit, zeg ik. Echt, ik voel me net een pannenkoek. Ach joh, ik had vroeger zo’n knalgeel pak, ik zag er niet uit en dan kwam ik ook nog met klots oksels op school aan. Mijn collega vertelt over haar ervaringen met lelijke regenpakken en we hebben de grootste lol. Nou, ik ga naar mijn vergadering, zegt de man en we zeggen elkaar gedag. De regen duurt trouwens tot half 4, zegt hij nog. Dat is jammer, maar ja, zo gaat dat wel vaker met illusies. Dit is voor mij vuurwerk, zeg ik tegen L., dit soort momenten. We lopen naar buiten en ik moet aan mijn kanariegele regenpak denken. Die zou ik nu best goed kunnen gebruiken…

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares