Zeggen wat je voelt

Mama heeft gezegd dat ik gewoon alles kan zeggen tegen jou wat ik voel. D. (8) logeert bij mij en we zijn op weg naar de toko om spulletjes te halen om zelf sushi te maken. Dat kan zeker, antwoord ik haar, heel fijn ook, als je dat doet. Ik ben zelf aan het leren om te zeggen wat ik voel, dat gaat best goed, en soms vind ik het nog heel spannend. Vanmorgen zitten we aan tafel en ik merk dat ik best moe ben. Ik denk dat ik vanmiddag heerlijk even ga slapen, zeg ik tegen D. Oh zegt ze, ik niet, ik heb een feestje. Ben je moe, vraagt ze. Ja, zeg ik, en ik ben ook ongesteld geworden. Het is even stil en ik merk dat ik niet alles zeg wat ik voel. Ik voel ook wat verdriet zeg ik. Waar ben je dan verdrietig over, vraagt ze. Nou, soms weet ik het niet precies, en is er gewoon verdriet, maar ik denk omdat ik iemand aan het loslaten ben. Oh, wie dan, vraagt ze. Die ken je niet, zeg ik, en vertel haar om wie het gaat. Eigenlijk ben ik heel veel dingen aan het loslaten, zeg ik. Begrijp je eigenlijk wat ik bedoel met loslaten, vraag ik D. want dat is misschien helemaal niet duidelijk. Vind je die persoon niet meer aardig dan, vraagt ze. Jawel, juist wel, maar soms is het belangrijk om iemand even los te laten, zodat er weer wat meer ruimte kan ontstaan. Maar hoe gaat dat dan, vraag ze mij, en ze pakt de appelstroop. Kan je dan ook met de appelstroop dat ‘ex’ hebben. Ik begrijp haar niet meteen, maar na een korte stilte begrijp ik waar haar vraag vandaan komt. Ik begin te lachen. Sinds ik niet meer met James samen ben, heeft D. het woord ‘ex’ geleerd. Ons uit elkaar gaan, heeft ook veel met haar gedaan, en soms hebben we het daar nog over. Nou, eigenlijk geldt ‘ex’ alleen voor personen, maar als je besluit om appelstroop los te laten, dus niet meer te eten, kan je best zeggen: dat is ex appelstroop. We moeten allebei lachen. Mag ik nóg een pannenkoek? Nog eentje, zeg ik. Ik antwoord of dat niet teveel is en of ze niet een cracker kan nemen. Vervolgens zeg ik: nu zeg ik niet écht wat ik wil zeggen. Wat wil je zeggen dan. Dat ik deze laatste twee pannenkoeken voor mezelf wil bewaren, want die wil ik morgen mee naar werk. Cracker? D. knikt instemmend. Zeg jij eigenlijk tegen iedereen wat je voelt, vraag ik haar. Ja, wel tegen mama, en ook tegen iedereen. Ok, zeg ik mooi, dus ook tegen je juffen? Nee, zegt D. niet tegen mijn juffen. Ik realiseer mij hoe we als kinderen al vrij snel afleren om te zeggen wat we voelen. Gelukkig dat we in elk moment de uitnodiging krijgen om te oefenen om werkelijk te zeggen wat we voelen. Het gaat soms nog met horten en stoten, maar ja, daar zijn we student voor. Student van “zeggen wat je voelt”.

door
Vorige blog Volgende blog

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

0 shares